Week 16-2011
Elke dag passeert er een flink aantal wetenschappelijke artikelen over onze gezondheid en welzijn mijn beeldscherm en mijn bureau. In mijn hoofd blijven de belangrijkste feiten enigszins hangen en soms bewaar ik ze voor het geval ik ze ooit nodig heb, maar emotioneel doen ze me weinig. Ja, soms zijn de nieuwtjes grappig (vlechtjes in haar van Afrikaanse vrouwen draagt bij aan kaalheid) en soms bevestigt het iets wat me al wel duidelijk was (prostaatkankerscreening draagt niet bij aan verlaging sterftecijfer). Ik heb natuurlijk wel zo mijn gedachten en associaties bij het lezen van het nieuws dat me bereikt. Zo moet ik glimlachen bij elk genetisch onderzoek of bij het werk van hersenvorsers die beweren dat er nu ook spoedig een geneesmiddel zal zijn voor ons geestelijk leed. Zijn dat nu dwaze of arrogante mensen?

Van de week zag ik echter een bericht waardoor ik ronduit verbijsterd was. Uit onderzoek blijkt dat artsen vaak voor zichzelf heel andere behandelingsopties kiezen dan die welke ze aan hun patiënten voorzetten.
Artsen kregen vragen over zichzelf en hun patiënten voor twee vormen van behandeling van darmkanker. Bij beide therapieën zou er een genezingspercentage van tachtig procent zijn, maar bij het ene was er een grotere kans om aan de behandeling zelf dood te gaan, maar het ging wel gepaard met minder bijwerkingen. In het andere geval was het andersom: minder kans te overlijden, maar wel meer erg vervelende bijwerkingen, zoals een darmuitgang op je buik, veel chronische diarree en vaker wondinfectie. Voor zichzelf kozen artsen de grotere kans dood te gaan maar minder ellende met bijwerkingen. Voor hun patiënten vonden ze het andere belangrijk: een kleinere kans te overlijden, maar wel met een prijs. Die toch wel heel ingrijpende bijwerkingen. Poepen in een plastic zakje op je buik is bepaald geen lolletje. Is hier het spreekwoord ‘zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ van toepassing en zijn die artsen gewoon te laf om de risico’s op bijwerkingen te lopen die ze hun patiënten wel adviseren? Of is er hier gewoon sprake van een nuchtere afweging van kwaliteit versus kwantiteit en vinden ze dat anderen voor kwantiteit moeten kiezen, maar hebben ze zoveel van het verlies van kwaliteit door behandelingen gezien dat ze voor zichzelf een heel andere afweging maken?
Een andere vraag betrof een medicijn voor behandeling van een onbekende vogelgriepsoort. Aan die griep zou 10 procent van de mensen overlijden en 30 procent belandt in het ziekenhuis. Door het medicijn zou slechts één procent overlijden, maar vier procent zou een blijvende verlamming krijgen. En weer kozen de artsen voor zichzelf vooral om dan maar niet te behandelen, terwijl ze hun patiënten de behandeling juist zouden adviseren.

Het blijft vreemd voor me dat artsen met twee maten meten. Eén voor als het henzelf overkomt en één voor als het anderen betreft. Tot nu toe heb ik twee urologen eerlijk toe horen geven dat ze nooit hun PSA zouden willen laten vast stellen. Ze hebben echter wel hun hele professionele bestaan op juist die bloedwaarde gebaseerd. Veel eer valt er aan het verwijzen naar de fysiotherapie voor blaastraining van vrouwen in de overgang die hun plas niet goed meer op kunnen houden immers niet te behalen. Aan het redden van arme mannen met kanker wel. Prostaatkanker en PSA heeft de plek van urologen in de medische hiërarchie aanzienlijk verbeterd. Ze weten echter wel dat als eenmaal vastgesteld is dat de PSA verhoogd is er een dijkdoorbraak plaats vindt waarbij je van het een in het ander valt. Rationeel gezien liggen dan alle te adviseren beslissingen zo’n beetje vast en die zijn altijd gebaseerd op onderzoeken die gedaan zijn om effectiviteit van behandelingen aan te tonen. Naar kwaliteit van bestaan is helaas veel minder gekeken en als er wel gegevens zijn, dan worden niet echt meegewogen. Daar horen ze wel eens iets in de spreekkamer over en dat blijkt voldoende om voor zichzelf een heel andere beslissing te nemen.

Het komt erop neer dat artsen zich vooral zien als bewaker van de kwantiteit van het leven, maar dat ze beroerde adviseurs zijn als het aankomt op de kwaliteit van bestaan. Dat is heel jammer, want waar moeten we daarvoor dan naar toegaan. Is er wel een loket in de gezondheidszorg waar je met je vragen daarover terecht kunt?



Terug