| Week 18-2011 Als jongen was ik een moeilijke eter. Mijn moeder probeerde met hulp van mijn vader me hutspot te voeren. Hij moest mijn armen vasthouden zodat verweer mijnerzijds onmogelijk werd, terwijl zij de lepel tussen mijn stijf opeen gesloten lippen wrong. Het lukte haar niet. De oranje brei liep over mijn kin op mijn kleren. In die tijd werd de was nog zonder machine gedaan en mijn moeder koos eieren voor haar geld. Ik at tot ik het huis uit ging alleen nog sperziebonen, appelmoes en draadjesvlees. Groenten hoefde ik niet meer en de visboer verscheen alleen in de katholieke wijken van de stad. Gelukkig maar, want in vis zaten graatjes en het rook vreemd. Nu lust ik alles en eet ik vooral groente omdat het zo vreselijk gezond is. Wij maken er een heel werk van. Veel vis ook vanwege de omega 3 vetzuurtjes. Alles volkoren omdat het veel vezeltjes bevat. Biologisch als het maar even kan. Geen vleeswaren want die zouden een grotere kans op kanker geven. Gebruik van suiker beperken we. Wij gaan ver. Vorige week kocht mijn lieve vrouw een brood bij de speciale winkel. Meergranen. Maar dat was ons niet genoeg. Het was ook nog volkoren. Ook dat volstond niet. Het was naast meergranen en volkoren ook nog een zuurdesembrood. De bakker kon het helaas niet snijden omdat de machine er kapot door zou gaan. Geen moment kwam het bij ons op dat het dan misschien ook gevaarlijk voor ons darmstelsel zou kunnen zijn. Het is verreweg het zwaarste brood dat ik ooit van dichtbij heb gezien. Boodschappen doen, op de fiets natuurlijk, wordt zo een hele last. Maar dat heeft weer als voordeel dat we er door in beweging blijven. Natuurlijk vermijden we junkfood en zijn we doordrongen van het feit dat transvetten uit ons menu moeten blijven. Twee derde van de tijd van het boodschappen doen gaat op aan het aandachtig alle informatie op de verpakkingen lezen teneinde te controleren of deze gevaarlijke geharde vetten er niet in zitten. Oei, wat zijn we gezond en wat doen we ons best om precies dat te eten wat goed voor ons is. Wij lezen ook van alles over ons dagelijks voedsel, want gezond eten is een hele kunst geworden. De ene week is iets reuze verstandig, de volgende week ben je oliedom als je het nog eet. Tot mijn grote schok lees ik in een van mijn vakbladen ineens dat ik maar beter geen eetwijze moet volgen waarin ik veel omega 3 vetten binnenkrijg. Het zou de kans op het krijgen van prostaatkanker vergroten. Daar sta ik dan wekelijks bij mijn visman: zalm, tonijn, pangasia, zeebaars, kabeljauw en soms een zeeduivel. Ik ben zijn beste klant heeft hij me eens toevertrouwd. Zijn vissen glimmen van de gezellige omagavetten. Zou dat niet goed voor me zijn en moet ik de visboer voortaan mijden? De onderzoekers laten weten dat ze dit niet verwacht hadden, want ze waren op zoek naar effecten van de transvetten. Voor de zekerheid hebben ze het allemaal nog eens extra berekend. Maar het blijkt toch te kloppen. Het ergste van alles is dat mensen die veel transvetten aten juist een kleinere kans op prostaatkanker bleken te hebben. Ze liepen dan natuurlijk wel weer het risico aan een hartinfarct of hersenbloeding heen te gaan. Het is een beetje flauw, maar we moeten op een of andere manier toch dood. Maar transvetten? Die verraderlijke vetten waarin frituurboeren hun producten bij voorkeur leggen omdat het zo goedkoop is, die bakkers gebruiken om hun taarten overeind te houden en hun koekjes lekker krokant te maken, die kunnen nu toch niet de troost voor alle mannen die bang zijn voor het gezwel in hun prostaat worden? Ik zit moedeloos aan de keukentafel, hoofd in mijn handen. Wat moet ik doen? Ik heb natuurlijk al prostaatkanker. Zou het ene bal uitmaken wat ik verder nog eet? Ik slik medicijnen die mijn kans op hart- en bloedvatziekten vergroten. Ik doe er dus goed aan flink wat te bewegen en juist op te letten met wat ik eet. Zeker geen transvetten dus en liefst wel…. Ja, wat nog wel? Wat biedt ons de wetenschap, behalve een hoop onzekerheden en nieuwe vragen? Is er dan niemand meer die het weet? Ik blijf broccoli en bloemkool eten. Daar heb ik nog geen kwaad woord over gehoord, maar ik ben op alles voorbereid. Op een dag lees ik misschien dat ik er stinkende winden door krijg, daardoor in gezelschap gemeden word en sterf aan een diepe depressie veroorzaakt door eenzaamheid. Terug |