| Week 19-2011 Overal kom ik het tegen. De medische websites gonzen ervan en in de Engelstalige kranten wordt het ook flink uitgemeten. 'Prostate Cancer Screening Doesn't Cut Death Rates.' Prachtig: alle woorden met een hoofdletter. Ze kunnen er wat van die anglofielen. Belangrijke mededelingen hebben recht op kapitalen. Het onderzoek is al online te vinden. Het gaat om een Zweeds onderzoek dat zo'n twintig jaar geleden begon en de uitkomst is erg duidelijk: PSA screening doet de sterftecijfers van prostaatkanker niet voldoende dalen. Daar tegenover staan de vele valspositieve meldingen die tot overbehandeling leiden. De term valspositief in het dokterslingo betekent dat de uitslag vals is, onjuist. Maar het is natuurlijk ook vals in de zin van gemeen, want het leidt tot een behandeling waarbij mannen in een gevoelig deel van hun lichaam getroffen worden. De prostaat ligt tussen darmen en blaas ingeklemd en geknutsel daaraan kan zeer onaangename gevolgen hebben. Darmklachten, plasproblemen en laten we maar zwijgen over potentieproblemen, want daarover praten wij mannen niet graag. Onze vitaliteit en gevoel voor welzijn zijn nauw verweven met potentie. Een man is niet erger te krenken dan via een grap over wat hij nog kan en een leven lang pochen over seksuele capaciteiten maakt ons mannen maar al te vaak tot karikaturen. Als een dergelijk onderzoek verschijnt pakt een journalist zijn telefoonboekje en belt elke deskundige die hij kent voor een mening. Wat weet je als eenvoudige broodschrijver immers precies van de waarde van onderzoeken? Misschien hebben de onderzoekers wel vergissingen gemaakt waar ze zelf blind voor zijn. Het kan ook wel zijn dat er een belang van de onderzoekers ergens in de uitkomsten verborgen zit. Dat weet je tegenwoordig helaas niet goed. Dus een journalist gaat de vingers niet branden en wil zich niet laten gebruiken als doorgeefluik van een reclameboodschap. De reacties op een onderzoek zijn daarom altijd belangrijk en die kom ik ook in alle kranten en op websites tegen. Ik geef maar wat voorbeelden: Ho, ho, ho. Wat is dit allemaal? De behandeling van prostaatkanker was twintig jaar geleden wel even anders. We zijn nu een stuk beter geworden en de bezwaren van de behandeling vallen tegenwoordig enorm mee. Je kunt de PSA screening dus niet zo maar afschrijven. Ik dank dan: Ha, ha, ha. Hoeveel beter is het dan geworden? Bepaal jij dat als deskundige of ik als patiënt die het mag ondergaan? Een ander zegt dat de richtlijnen nu al aangeven dat mannen boven de 75 helemaal niet op PSA gescreend zouden moeten worden en dat je bij jongere mannen niet op één of twee PSA-metingen af moet gaan. De tijd van één keer screenen en bij een wat hogere waarde paniek veroorzaken door het woord kanker te noemen zou wel voorbij mogen zijn. Dus waarom zoveel opwinding? Er zijn ook deskundigen die vinden dat dit onderzoek ons voor een lastig probleem stelt, want nu is er veel meer onzekerheid over wat een arts moet doen. Vervelend voor de arme man. In het leven zijn er nu eenmaal weinig zekerheden en zeker in dat van een arts. Dacht je er een gevonden te hebben via die PSA-test en hop slaan ze je hem uit handen. Artsen hunkeren naar zekerheden. Ze oefenen het meest onzekere beroep uit dat er bestaat. Je weet nooit of je wel alles goed overziet, of je gedurende je studietijd niet toevallig een hoofdstuk van een belangrijk boek hebt overgeslagen dat je juist nu nodig hebt, of je wel goed geslapen hebt en niet te veel sores thuis zodat je in de spreekkamer niet op je best bent, of je je niet toevallig vergist omdat de persoon die zich bij je meldt met lichamelijke ongemakken zo geweldig gezond lijkt, of, of, of… Voor de zekerheid doe je daarom nog maar een test, maar wat als die test niet zoveel zekerheid biedt? 'Training for uncertainty' van de Renée Fox is de titel van een essay over de medische opleiding uit de jaren vijftig. Het is nog altijd actueel. Artsen moeten leren omgaan met onzekerheden en wat hebben ze niet aan trucjes om zichzelf voor de mal te houden en daarmee hun patiënten. Wat te doen? De meest voor de hand liggende oplossing is om de mensen waar het om gaat bij de keuzen te betrekken. Dat klinkt als afschuiven, maar in het licht van de onzekerheid rond belang en waarde van wat er in die zorg gebeurt is het niet meer dan logisch. Juist dat schijnt nu echter moeilijk voor artsen te zijn. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een van de redenen voor de keuze om geneeskunde te studeren is dat de artsenrol mensen plaatst in een positie van macht, van autoriteit, van beslissen voor en over anderen, van alles weten. En eenmaal in het circus opgenomen wordt het dan wel heel moeilijk om dat af te leren. Als verontschuldiging wordt vaak beweerd dat patiënten dat ook van je verwachten. In feite is de PSA test een Trabant uit 1955 waarmee we het GP circuit van de moderne geneeskunde op willen gaan. Zie daarmee maar eens een wedstrijd te winnen. Terug |