| Week 22-2011 Ik ben een kletskous. Handig als je lezingen geeft. Men had me gevraagd een voordracht te houden over de kunstverzameling van het Radboud Medisch Centrum in Nijmegen. Niet over medicijngebruik in het ziekenhuis, niet over de omgang met culturele diversiteit door de medische professie, niet over mijn wedewaardigheden in de zorg met mijn prostaatkanker. Nee over kunst! Het geheim van het behoud van kwaliteit van je lezingen - belangrijk als je vaker uitgenodigd wilt worden - is precies te weten welke uitnodigingen je absoluut af moet slaan. Dat zijn die over onderwerpen waar je niets vanaf weet. Ook weinig kennis is onvoldoende om ijdelheid boven gezond verstand te laten prevaleren. In dit geval was echter de verleiding te groot. Enthousiast ging ik in op de uitnodiging. Al snel na mijn toezegging bekroop me echter de vraag waarom ze nu juist mij gevraagd hadden. Af en toe maak ik een foto, maar dat maakt me nog niet tot kunstenaar. Mijn lieve vrouw schildert en haar werk is te zien op exposities, maar het kunstenaarschap is niet besmettelijk en haar bezigheden geven me geen enkel recht me een artiest te voelen. Ik ga wel eens naar een museum, maar dat verhoudt zich tot kunst als het bezoek aan een boekenwinkel tot het schrijverschap. Ik bekeek de uitnodiging nog een keer en toen pas begreep ik het. Men had me gevraagd omdat ik hoogleraar Gezondheidszorg en Cultuur ben. Waarschijnlijk werd verwacht dat ik een cultuurhistorisch overzicht zou geven over zorg als object van kunst, of de kunstenaar als patiėnt, of desnoods de plastisch chirurg als kunstenaar. Had ik er wel goed aan gedaan toe te zeggen die lezing te geven? Er zouden daar natuurlijk alleen maar kunstliefhebbers zijn en die zou ik niet voor het lapje kunnen houden. Na vijf minuten was ik waarschijnlijk al uitgepraat. Ineens diep stilte en ik radeloos zoekend naar een volgende zin. Het verstandigste leek het me om eerst eens een indeling te maken. Dat helpt bij vrijwel alles. Wat geordend wordt lijkt ineens overzichtelijk. Bij de zorg zijn er twee partijen - de zorgbehoevende en de zorgende - en er is ook nog iets dat hen verbindt. Men kan via kunst de zieke verbeelden. Ook is het mogelijk om te spreken over de verbeelding van de helpende mens. Tenslotte is er de zorg zelf en naar mijn idee komt dat neer op de verbeelding van de kwetsbare mens die hulp zoekt en de behoefte bij een ander oproept die zorg te verschaffen. Hoewel ik nooit gebruik maak van power point presentaties of andere audiovisuele hulpmiddelen, besloot ik voor deze lezing gebruik te maken van beeld. Boekenkast en internet werden afgespeurd om beelden te vinden die betrekking hadden op de Pieta (het medelijden) en de Barmhartige Samaritaan (de compassie). Ik haalde het grote boek van Edward Lucie-Smith over de Parijse schilder Jean Rustin te voorschijn en fotografeerde diens schilderijen van naakte hulpeloze mensen. Daarmee gewapend reed ik naar Nijmegen. Bij een lezing is het belangrijk om snel op gang komen en je punt te maken, zodat iedereen weet waarover we het gaan hebben. Ik deed mijn best, toonde foto“s van wajangpoppen met pokken om te laten zien wat ik met de verbeelde zieke bedoel, liet een mooie Pieta van Annibale Carraci en de Barmhartige Samaritaan van van Gogh zien en al snel beet ik me vast in de kwetsbaarheid van de mens. Uit de eigen collectie van het ziekenhuis had ik de foto I LOVE van Hendrik Kerstens gekozen. Een pubermeisje met intens kwetsbare uitdrukking gekleed in een stoer zwart T-shirt met daarop de tekst: I love my friends, boys, life, party, music. "We zijn allemaal kwetsbaar," hield ik de toehoorders voor. "Net als dit meisje. I love boys? Meisjes komen er nog wel achter wat de jongens van ze willen. En party? Het leven is geen groot eeuwig feest. We zullen allemaal beschadigd worden." Op een schilderij Carmelo Zagari is een kleine jongen met hobbelpaard te zien. Hij heeft zijn handen voor zijn ogen geslagen. Om hem heen dood, oorlog, verwoesting. "Dit zijn wij," vervolgde ik. "Kwetsbaar in een wereld vol bedreigingen. We roepen om hulp. Soms proberen we elkaar af en toe te helpen." Omdat ik ze toch in mijn computer staan had ik voor het gemak ook twee foto“s van volgeschreven en -geplakte muren die ik regelmatig fotografeer in mijn presentatie opgenomen: de veelkleurige schreeuw van de stadsbewoner die gehoord wil worden. HELP. Mijn laatste afbeelding was een foto die Mark Kohn van mij voor een schilderij van Rustin heeft gemaakt voor bij een interview in Trouw. Ik toon mijn kwetsbare kant niet graag, maar op die foto word ik als macho met kanker in zijn prostaat in al mijn kwetsbaarheid toch betrapt. Alles is autobiografie, zelfs het geven van een lezing. Terug |