| Week 21-2011 Wij zijn veertig jaar samen. Zij moest nog 18 worden en ik was net 23 toen we in de trein stapten naar Peniscola in Spanje, waar we een studentenhotel gingen beheren. Het was een vakantiebaantje. Met enige bluf hadden we ons door de sollicitatie heengeslagen. Hoe we in hemelsnaam de Spaanse toets overleefd hebben was een raadsel, en dat ze twee kinderen het hotelmanagement in handen gaven zie ik achteraf als een mirakel. We zijn nooit meer uit elkaar gegaan en kinderen zijn we heel lang gebleven. Tot ik die prostaatkanker kreeg. Vanaf dat moment was het dwaas te geloven dat het beste nog moest komen. Ik zit nu met een pleister op mijn arm waar de naald zojuist naar binnen is gegaan voor mijn driemaandelijkse PSA-test. Zondag vieren we met veertig gasten dat Marion en ik liefde, lust en leed al zo lang hebben gedeeld. Ik bel voordien niet op om de uitslag te horen. Dat doe ik wel een dag later. Toen ik dat aan de dame vertelde die mijn bloed afnam, zei ze "u doet dus aan struisvogelpolitiek". Al veertig jaar doe ik daar aan: blind zijn voor de pijn en de teleurstellingen, mijn ogen sluiten voor onze tekortkomingen, als het slecht met ons gaat dat voor iedereen verborgen houden en als het goed gaat dat uitbundig vieren. De mooiste momenten heb ik in mijn hart bewaard, de pijnlijkste zo diep verdrongen dat ik meer weet dat ze ooit hebben plaatsgevonden. De moeilijkste periode is die van de afgelopen jaren geweest. Er gebeurt van alles in een huwelijk, maar de aankondiging van de dood is als het bekennen van ontrouw. Liefste, er is iemand anders met wie ik meega. En dat zal zo definitief zijn dat je zelfs geen hoop meer kunt koesteren dat we elkaar ooit weer zullen zien. Misschien nog in je nachtmerries. Wanhopig zal je als je geluiden in huis hoort proberen te denken dat ik het ben, maar ik heb je bedrogen. Het blijkt toch niet voor eeuwig te zijn. Het heeft ons flink wat tijd gekost ons daarop in te stellen. Voor mij was het iets gemakkelijker dan voor Marion. Als eenmaal het licht uit is gedaan weet ik niets meer, maar zij zal alleen in het donker zitten. Ik kan mezelf nog wijs maken dat ik door voldoende te trainen, gezond te eten, trouw mijn pillen te slikken wat kwaliteitstijd aan mijn leven met haar toevoeg. Het heeft echter geen zin dat Marion pompoenpitten en tomatensap gaat consumeren. Wat ze ook doet, ze kan niets aan mijn lot - en dus het hare - veranderen. Wanhopig heeft ze ooit aangedrongen op een second opinion in New York, maar ik vond het zonde van het geld. Ik had het moeten doen voor haar, want het ging niet alleen maar om mij. Die fout heb ik in de afgelopen jaren vaak gemaakt. Ook als ze vroeg om begeleiding te zoeken, iemand om mee te praten over onze relatie. Alles wat we in de jaren ervoor geleerd hadden had namelijk zijn betekenis verloren. Alle manieren waarop we elkaar uitdaagden, steunden of ontzagen waren zinloos geworden. We moesten opnieuw leren om samen te leven, maar in mijn arrogantie dacht ik dat we dat wel zelf konden. Door schade en schande hebben we het ontdekt en nu kan Marion er zelfs boeken over schrijven, waar andere mensen iets aan hebben. Die kanker hadden we samen en ik heb er nooit meer onder geleden dan zij. Toen ik haar net kende nam ik Marion mee om haar naar mijn muziek te laten luisteren. Als een kind dat uit school bij zijn moeder thuis komt wilde ik Marion enthousiast alles over mezelf vertellen, alles delen, alles wat ons nog scheidde laten verdwijnen. Dus raasde ik door mijn grammofoonplatenverzameling, zette de naald links en rechts op de platen er littekens voor altijd achterlatend. Het Adagio uit het Concerto dŽAranjuez van Rodrigues en in de lucht raakte ik de gevoelige snaren van de gitarist. Vooral ook Brel, mijn held van die jaren. En dan vooral Ne me quitte pas, want ik wist al meteen dat ze me nooit meer mocht verlaten. Laat me nooit alleen, wat ik ook doe. Hou me bij je, desnoods als je hond of de schaduw van je hand. Als ik vier dat veertig jaar met haar leef, zal ik een ander chanson van Brel voor haar zingen, want Ne me quitte pas is niet zo toepasselijk meer. Als liefde zo veel jaar kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn. Ondanks de vele kille uren, ondanks de fouten en de pijn. Les vieux amants. Pijnlijk mooi, maar niemand zingt het zoals Brel. Terug |