| Week 27-2011 Siddhartha Mukherjee beschrijft in zijn boek ´The emperor of all maladies´ hoe de net afgestudeerde arts Charles Huggins die nog nooit mensen met kanker geopereerd had en niets wist van celbiologie op 26-jarige leeftijd bij de medische faculteit van de universiteit van Chicago tot urologisch chirurg werd benoemd. Ondanks zijn schamele wetenschappelijke bagage ontdekte hij dat het onthouden van testosteron aan prostaatkankercellen de kankercellen doet verarmen, verpieteren. Door die ontdekking werd hij grondlegger van de moderne behandeling van prostaatkanker. Mogelijk komt het daardoor dat u nog nooit een in memoriam van mij gelezen hebt. Prostaatkanker komt alleen voor bij leeuwen, mensen, en honden. Daarom deed Huggins uit angst voor de koning der jungle en bij afwezigheid van patiënten die zich daar beschikbaar voor stelden onderzoek met honden om zijn tijd bij de faculteit toch enigszins zinvol te besteden. Als een waterwegbouwkundige zette hij een katheter in de blaas om de urine af te voeren en naaide een opvangbuisje aan de uitgang van prostaatklier om het prostaatvocht dat hij voor zijn onderzoek nodig had op te vangen. Af Hector, af! Zo ging dat in de geneeskunde. Een arts kwam in die tijd ongeveer het dichtst in de buurt van god. Dus die mocht in zijn overmoed de wonderlijkste ingrepen bij honden doen. Laat staan bij patiënten want die behoren helemaal tot een bedreigde diersoort. Daarbij bleef het overigens niet voor die arme Hector. Als Huggins de testikels van de hond wegnam verschrompelde de prostaat en kwam er geen vocht meer uit en zo kwam hij tot zijn ontdekking. We spreken over tachtig jaar geleden. Het was het begin. Zijn volgende ontdekking was dat prostaatkanker niet zonder testosteron kon. Men sprak in die tijd over het dood hongeren van de kanker. De behandeling van gevorderde prostaatkanker bij mensen bestond sinds die tijd uit castratie. Dat hielp tot het gezwel immuun werd voor de onthouding van testosteron en uiteindelijk toch op rooftocht door het lichaam ging. Het heeft nog tientallen jaren geduurd voor er medicijnen kwamen die konden zorgen dat het mes van de chirurg niet meer nodig was. Veel variatie aan dergelijke middelen is er lange tijd niet geweest. Pas recentelijk zijn er wat middelen bijgekomen. Je hebt er meer nodig om bij resistentie voor een middel misschien nog een nieuwe kans te hebben om met een ander medicijn te voorkomen dat de kankercellen uiteindelijk toch gaan muiten. Uitstel van executie, maar fijn uitstel. Je kunt in die tijd nog een academische studie volgen, een huwelijk beginnen of beëindigen, een boek schrijven of een voettocht naar Rome maken. Wij kankerjongens zitten geduldig en beleefd te wachten op die nieuwe middelen. Af en toe verschijnt er een aan de horizon via een eerste onderzoeksverslag in een medisch vakblad. Eén zwaluw maakt echter nog geen zomer. Het middel zal een barrage van allerlei toetsen moeten nemen voor we weten of het echt werkt, of de nadelen niet groter zijn dan de voordelen en of het wel betaalbaar is. Voor wie al lang zit te wachten begint de tijd echter te dringen. Lukt het lang genoeg de kanker in slaap te sussen voor hij dronken door het lichaam gaat razen en andere organen meetrekt in zijn oorlog tegen de orde van de natuur? Het lange wachten wordt steeds zwaarder omdat waar je op hoopt uitblijft. Zelf ben ik toch al wat ongeduldig aangelegd. Daarom onderdruk ik de hoop, ga uit dat de vakantie morgen zo maar voorbij kan zijn en kijk wat er nog aan leuks in mijn leven is. Het zorgt voor een onevenwichtige nadruk op ´leuk´. Het mooie van het leven is dat geluk juist verborgen zit in de wanhoop. Een stedentripje helpt niet om het wachten dat bij kanker hoort te verlichten. De vervelende, zware, saaie reis met onweer en bliksem onderweg naar een doel dat je niet kent en waar je bij aankomst net meemaakt dat de zon doorbreekt en de huizen kleuren krijgen die je nog niet kende, daar gaat het om. Maar ieder zijn voorkeur. Een glaasje sauvignon blanc op een mediterraan terras is niets om op neer te kijken. Terug |