| Week 28-2011 Al weken ben ik bezig “The emperor of all maladies“ van Siddharta Mukherjee te lezen. Het duurt te lang en dat komt omdat ik druk ben, maar ook omdat het boek niet altijd even opwindend is als de recensenten het deden voorkomen. Het heeft veel weg van een fotoalbum van kankeronderzoekers in de Verenigde Staten, met daarbij smakelijke wetenswaardigheden over de zoektocht naar de behandeling. Het is geschreven in de stijl van iemand die een klas creative writing heeft gevolgd. In de geest van: "Terwijl hij met zijn vrouw zat te eten, kreeg de oncoloog plotseling een idee dat het denken over de oorzaken van kanker voorgoed zou veranderen." Grappig, maar op den duur werkt het bij mij niet meer. Ik ben echter een beleefde lezer. Hat aantal boeken waar ik gedurende mijn leven ooit aan begon, maar niet uitlas zal niet boven de tien uitkomen. Ik wil het wel vaak, maar kan het niet over mijn hart verkrijgen. Er is daar aan de andere kant immers iemand die me iets probeert te vertellen. Daarom zet ik altijd door en als het om zo“n monumentaal boek over kanker gaat voel ik me zelfs een beetje verplicht om tot het bittere einde door te gaan. Al lezend over die nijvere onderzoekers kwam ik ineens een passage tegen die me zo trof dat ik hem aan Marion moest voorlezen. "De Italiaanse schrijver Primo Levi, die Auschwitz overleefde en pas na een barre tocht van negen maanden door een verwoest Duitsland zijn geboortestad Turijn wist te bereiken, heeft meer dan eens gezegd dat een van de meest dodelijke eigenschappen van het kamp was dat het alle gedachten aan een leven buiten het kamp uit kon wissen. Iemands heden en verleden waren uiteraard weggevaagd - als je in Auschwitz zat, raakte je je geschiedenis, identiteit en persoonlijkheid kwijt - maar wat nog het beklemmendst was, was dat ook de toekomst werd uitgewist. Dat veroorzaakte, schreef Levi, een morele en spirituele dood die de status quo van de gevangenschap bestendigde. Als er buiten het kamp geen leven bestond, dan werd de verwrongen logica van het kamp de norm." Wij in Nederland mogen nooit meer iets vergelijken met de periode 33-45 omdat we in Nederland vastgesteld hebben dat er helemaal niets zo erg kan zijn als wat er gebeurde in de nazitijd, maar Muhkerjee trekt toch de vergelijking met kanker. Hij schrijft: "Het ontkracht elke mogelijkheid tot bestaan naast kanker, het vreet alle leven weg. Het dagelijks bestaan van de patiėnt raakt zo doortrokken van de ziekte dat de wereld in het niet verdwijnt. Alle energie, tot het laatste beetje aan toe, wordt in de ziekte gestoken," Laat me heel duidelijk zijn. Ik zit niet in Auschwitz. Misschien in Wersterbork. Ik ben het, ik heb het, en wil ervan af, maar ik moet nog wachten tot het echt helemaal mis gaat. Toch ontkom ik er ook niet aan dat ik wat er in mijn leven gebeurt onmiddellijk probeer te plaatsen in het teken van keizer Kanker. Van mijn seksuele identiteit tot mijn relatie, het kan niet meer losgezien worden van het gezwel. Over alles komt de schaduw ervan te liggen en het zet me aan tot gedrag dat ik soms niet als van mezelf herken. De onzekerheid en het wachten zouden je gek kunnen maken, maar ik kies ervoor om te blijven volhouden of er niets aan de hand is. Play it cool. Toch herken ik tegenwoordig de mensen die mijn lotgenoten zijn. Het zijn de kleine dingen: de houding, de verontschuldiging alsof ze in de weg lopen, de voorkeuren, de melancholie, de onderdrukte angst dat het bij een volgens doktersbezoek erger zal zijn. Iemand schreef me naar aanleiding van een weekboekaflevering: we ontwikkelen allemaal een kankerkarakter of we nu willen of niet. En ik wil dat verdorie niet. Ik had me daarom voorgenomen om aan het slot van dit weekboek aan te kondigen dat het de allerlaatste is. Ik moet namelijk niet doorgaan met die kankerstaarderij. Mukherjee citeert de dichter Jason Shinder "Kanker is een geweldige gelegenheid om met je neus tegen je eigen sterfelijkheid gedrukt te worden." Hij voegt aan dat citaat toe: "Maar wat patiėnten zien als ze door de ramen naar buiten kijken, is niet een wereld waarin kanker geen rol speelt, maar een wereld die door kanker is overgenomen. De ramen zijn geen vensters, maar spiegels, en in die spiegelzaal zien ze hun kanker duizend keer weerkaatst." Wat ben ik blij dat ik mijn boeken elke keer trouw uitlees. En wat betreft mijn weekboek van de komende week: we zien wel, want misschien is er voor mij ook wel geen wereld meer zonder kanker mogelijk en waar moet ik dan over schrijven? Terug |