| Week 29-2011 Onderzoekers hebben ontdekt dat homoseksuele mannen meer last van de behandeling met hormoon onderdrukkende medicijnen hebben dan heteroseksuele mannen. Het nieuws werd gebracht alsof het om een biologisch mechanisme gaat. Onzin. Het gaat om wie we denken te zijn. Om onze identiteit in een vreemde overvolle wereld. Het is een mirakel hoe mensen in staat blijken onder condities die we in de intensieve veehouderij voor barbaars houden te overleven. Op het North Sea Jazz festival schuifelen we twintig minuten om de honderd meter van de ene zaal naar de andere af te leggen. We ondergaan het gelaten, want we zijn er voor ons plezier. Warme lichamen aan alle kanten. Die komen we ook tegen in de trein en de tram op weg naar het werk en weer terug. Als we ons terugtrekken in de intimiteit van de enkele vierkante meters die we “t huis“ noemen brengen schermen ons op de hoogte van wat er buiten gebeurt. De media gunnen ons een kijkje in andermans leven, terwijl we dat van onszelf niet eens begrijpen. “s Zomers vluchten we weg. De vliegtuigen die ons naar verre bestemmingen brengen zitten overvol, maar we ondergaan het zonder een klacht te uiten. Op de campings waar de zomervakantie wordt doorgebracht staan de caravans naast elkaar en kunnen we de intimiteiten van mensen die we helemaal nooit eerder gezien hebben horen, zelfs op de momenten dat we daar niet op voorbereid zijn. We worden getuige van hun scheten, dronkenschap of orgasme. Als varkens of ratten zo boven op elkaar zitten worden ze gek van de stress. Ze vreten elkaar op, beginnend bij de staart. Mensen knagen ook aan elkaar, maar weten zelfs niet hoe ze dat doen. De rijken kopen een plaats waar ze zo min mogelijk van anderen merken en de armen slikken medicijnen om te helpen kalm te blijven, de stemming prettig te houden of niet te veel opwinding te veroorzaken. Ergernis en woede heersen. Alles wat stoort zouden we willen verwijderen en er zijn ook altijd politici die dat in ruil voor veel media-aandacht voor ons willen verwoorden. We discussiėren over de controle over de publieke ruimte, over dat wat we moeten delen. Omzichtig proberen we in algemene regels te vervatten wat ons persoonlijk ergert zodat we dat met een beroep op waarden, normen, regels en wetten zonder schuldgevoel kunnen verwijderen. Kruisjes, baarden, hoofddoekjes, pedofielen. Ik vrees dat er ook een dag komt waarop mannelijk gedrag in de ban gedaan wordt, want die past niet meer in deze tijd. De agressie die geholpen heeft om de ijstijd en de Middeleeuwen te overleven heeft geen enkele functie meer. Het is storend als de testosteron onze puberteit, het verkeer, de rol en positie van vrouwen, de vrijetijdsbesteding van politici en de voortplanting gaat domineren. Weg ermee. Dat hoort alleen nog in de achterlijke landen waar de Westerse beschaving nog niet is doorgedrongen. In onze samenleving is het opkomen van de eerste testosterongolven geritualiseerd in pubergedrag. Het slot van die periode wordt gekanaliseerd via vrijgezellenfeesten. Daarna kan het nog vorm krijgen door een lidmaatschapskaart van een sportvereniging. Verder is mannelijk gedrag net als roken terechtgekomen in een geheim ondergronds circuit van stiekeme billenknijpers. De man is geschiedenis geworden en zoekt een nieuwe rol, waarin hij niet meer zo erg als man herkend kan worden. Hij gaat koken en verdringt zijn vrouw uit de keuken. Ze mag er niet eens meer komen, want zijn testosteron vertelt hem dat als hij de pollepel zwaait het eten veel beter zal smaken. Vrouwen in de keuken? Ach, dat is zo 1955. Maar hij heeft er niet genoeg aan, want zelfs voor het vaderschap is hij onbelangrijk geworden. Rond haar vijfendertigste als de honger naar moederschap dringt haalt ze wel een zaadje bij een spermabank. Dus wat moet een man nog? Heb ik deze inzichten nu verkregen door jaren lange studie? Heb ik onderzoek gedaan naar mannelijk gedrag? Nee, ik ben ervaringsdeskundige. Doordat ik ter behandeling van mijn prostaatkanker medicijnen moest slikken die mijn testosteron en daarmee mijn mannelijkheid op de knieėn dwongen kwam ik er ruw mee in aanraking. Daardoor wist ik werkelijk niet meer wie ik als man was. Zonder de seksuele drang was er weinig over, want het manifesteerde zich op allerlei terreinen. Wat overbleef was een karikatuur van wat ik geleerd had in de loop van mijn leven. Ik denk dat homoseksuele mannen vanaf jonge leeftijd veel meer tijd en energie geļnvesteerd hebben in de vraag wie ze zijn, wat hun seksuele identiteit betekent. Daarom hebben ze misschien wel meer bijwerkingen op het gebied van seksualiteit, maar zijn ze verder minder in de war. Ik denk vaak dat ik eerlijk ben, maar wie blind is kan zich uitsluitend beroemen op oprechtheid. Als ik echt heel erg mijn best doe om toch eerlijk te zijn dan is het ergste wat me de laatste negen jaar is overkomen niet de prostaatkanker, maar de behandeling die ik kreeg en die me in verwarring heeft gebracht en lang in de war heeft gehouden. Het moeilijkste is dat voor degene met wie je leeft. Lange tijd heb ik zelfs niet de beschikking gehad over de woorden om uit te drukken wat er aan de hand was: De ondergang van mijn mannelijkheid terwijl ik probeerde mijn mannetje te staan. Terug |