| Week 30-2011 Op een dag moet er een neoliberaal geweest zijn die ´s morgens wat vroeger dan gebruikelijk wakker werd, maar nog niet zijn bed uit wilde stappen en een beetje lag na te denken over van alles en nog wat. ´Verdraaid, de gezondheidszorg is een markt´, dacht hij ineens. ´Maar dan moet die zorg natuurlijk wel in hapklare brokken als product aan de man gebracht worden en dan is de patiënt een cliënt die moet leren kiezen. Laten we de zorg maar eens grondig veranderen.´ Hij koppelde vervolgens zijn idee aan het concept vrijheid, want het is een beetje ordinair om alleen maar over geld te praten. Keuzevrijheid: het recht van mensen om te kunnen kiezen uit meerdere producten. Wat voor pleister wil je op je wonden? In werkelijkheid is het een illusie dat we zelf onze levens bepalen, dat we telkens kiezen wat we zullen doen. We zitten opgesloten in een aantal biologische reacties op de omgeving waarin we leven: Bezorgdheid, stress, angst, agressie. Die reacties lopen voor onze keuzes uit en het mooiste wat we nog kunnen doen is ons verantwoordelijk te voelen voor onze reacties en te zeggen dat we het zo gewild hebben. Wat zou een kankerpatiënt in de zorg die een markt geworden is moeten willen? Ik zal maar even snel uitleggen. Kankerpatiënten willen van hun kanker af. Het kan ze verdraaid weinig schelen of dat via een operatie, bestraling, medicijnen, bidden, handoplegging of het drinken van brandnetelthee gebeurt. Leidse en Amsterdamse oncologen deden onderzoek naar behandelkeuzen bij prostaatkanker. Hoewel ik me voorgenomen had nooit meer een woord aan kanker te besteden, dacht ik toen ik dat las onmiddellijk ´Hé, hé, dat is mijn onderwerp. Dat kan ik maar niet zo maar zonder commentaar laten passeren.´ Voor het onderzoek werden gesprekken met 25 patiënten met een vroeg stadium van prostaatkanker gefilmd en geanalyseerd. En is het een markt? Nee hoor, slechts 10 van die 25 artsen boden de patiënt meer dan één behandelmethode aan. Bovendien deden ze het beroerd als het aankwam op het uitleggen van de voor- en nadelen van de voorgestelde behandeling. Als er al over andere mogelijkheden gesproken werd dan was dat op initiatief van de patiënt. Die wilden wel graag de voordelen tegen de mogelijke nadelen afwegen. Ja, de patiënt van zijn kant weet het ondertussen wel: je moet altijd vragen of er geen alternatieven zijn. De helft van de artsen ging maar op die vragen in. Verbaast me dit? Helemaal niet. Zo werkt de zorg. Meestal worden dergelijke vervelende onderzoeksuitkomsten weggewuifd met de opmerking dat het voor Engeland, Duitsland, Australië of de Verenigde Staten gaat, maar dat de situatie in Nederland heel anders is. Gelukkig gaat het om een Nederlands onderzoek en dus komen onze artsen er deze keer niet zo gemakkelijk van af. Wat echter volgt is een gegeneerd zwijgen en na een maand herinneren we ons niet meer dat het onderzoek ooit in een vakblad heeft gestaan. Na een jaar is het al zòòòò lang geleden en we denken dat het inmiddels allemaal wel een stuk verbeterd is. Maar echte veranderingen zijn minimaal. Het zit een beetje in de aard van het beestje. Een arts weet in zo´n gesprek niet goed waaraan hij begint. Het zou wel eens erg uit kunnen lopen en hij heeft toch al zo weinig tijd. Nee, een beetje richting geven aan het gesprek is voor de arts wel praktisch. Dus wordt de patiënt gestuurd naar wat de arts het beste vindt en van een markt blijkt geen sprake. De zorg is geen markt om heel veel redenen, en één daarvan is de relatie tussen artsen en hun patiënten. Die is vaak nog erg ouderwets en gebaseerd op een defensieve houding van onze geneesheren en -dames. Het begint allemaal trouwens bij luisteren. Als je een ijskast koopt vraag je ook of er eentje is die milieuvriendelijk en niet te duur is en bij de boekhandel vraag je voor je schoonmoeder een spannend boek voor een vrouw van zeventig die het niet fijn vindt als er te veel seks in voor komt. Waarom is de zorg dan een winkel waar je komt en er niet meer geluisterd hoeft te worden naar wat de klant allemaal denkt en voelt? Terug |