| Week 33-2011 De eerste keer dat we Helena het liedje hoorden zingen, zat ze achterin de auto. Het klonk zacht en zodra de woorden tot ons doordrongen werden we muisstil. "Ik heb een koffertje vol met mooie kleren, Ik ga naar oma toe, ik ga daar logeren." Het leek ons het mooiste liedje dat ooit gemaakt was. Vooral de verkleinvorm van koffer maakt het zo aandoenlijk. Die twee zinnen bleven in mijn hoofd spoken. De rest van het liedje ken ik niet, hoewel Helena het helemaal gezongen heeft. Een paar weken later, toen we even naar de winkels reden vroeg ik of ze dat leuke liedje nog een keer wilde zingen, maar dat kon niet. "Waarom niet?" vroeg ik. "Ik ga nu toch niet bij jullie logeren," antwoordde ze. Het moet kloppen. Je zingt geen liedje over een logeerpartijtje als je boodschappen bij Albert Hein gaat doen. Het gaat om de vraag of we oprecht zijn als we ons lied zingen. In ons leven verfraaien we de werkelijkheid en houden we ons vaak niet aan wat er precies gebeurd is, kunnen dat ook meestal niet, maar wat telt is of het klopt. Misschien heb ik in deze blog te vaak de dingen mooier voorgesteld dan ze in werkelijkheid waren, maar dan had ik dat nodig, dan moest ik in iets geloven dat ik niet wilde verliezen. Ik hield vervelende ervaringen weg om niet te hoeven liegen en zweeg over waar ik me werkelijk zorgen over maakte. Ik ben wereldkampioen in mezelf wijs maken dat kanker niet veel anders is als een verkoudheid, dat het niets in je leven verandert en dat je gewoon doorleeft zonder dat het sporen in je nalaat. Marion vond het vaak niet kloppen, want je blijft niet de zelfde. Ik besef inmiddels steeds beter dat je geliefde met een ander verder moet leven. Ze mag zelfs niet zeggen dat je veranderd bent, dat ze dingen van wie je vroeger was mist, dat je egoïstischer lijkt te zijn geworden, dat je te weinig oog hebt voor wat werkelijk belangrijk is, dat je de kanker in je leven juist centraal hebt gesteld door er over te zwijgen, dat je een vreemdeling het huis binnen hebt gebracht die helemaal niet welkom is. Stil! Ik wil liever niet luisteren en blijven geloven in dat ik nog altijd de zelfde ben, maar dat het anders is valt niet langer te ontkennen. Omdat ik een scanner gekocht heb om mijn oude foto´s te digitaliseren zie ik de gouden tijden terug en besef beter dan ooit dat niets meer is zoals het was. Dat ik die man op die foto´s niet meer ben, dat die voorbij is. Het heeft een hinderlijk effect want ondanks dat onze kleindochters deze week bij ons logeren steekt een gevaarlijk neerslachtig gevoel de kop op en ik vraag me af wanneer het in hemelsnaam voorbij zal zijn. Helena kent me niet anders als met prostaatkanker en het maakt haar niets uit. Twee weken geleden ben ik begonnen haar voor te lezen uit ´De lange reis van Chero en opa Ko´. Was ik oprecht toen ik dat boek schreef? Ben ik oprecht als ik haar nu elke avond er een aantal pagina´s uit voorlees? Natuurlijk weet ik nog heel goed dat het boek gaat over een jongen gaat wiens opa sterft. Ik heb het tenslotte zelf geschreven, maar dat hij nu net precies dood gaat aan de prostaatkanker kwam als een schok. Ik vroeg Helena of ik haar deze week weer uit dat boek moest voorlezen. "Ja, dat is een superkoel verhaal," verzekerde ze me en dus las ik deze week de tweede helft van het boek voor. Daarin gaat opa Ko uiteindelijk dood. Het wordt nooit met zoveel woorden gezegd. Er staat "Nee, geen zuchtje adem komt er nog uit opa Ko´s mond en daardoor weet Chero het. Hij is er gewoon zeker van. " "Snap je een beetje waar het over gaat?" vraag ik. "Ja," zegt Helena, maar ik weet niet of dat wel zo is. Misschien vindt ze vooral mijn stem prettig en het feit dat het over een kind en zijn opa gaat. Wel heeft ze me deze week een paar keer gevraagd hoe die opa Ko er precies uitziet. "Heb je er geen plaatje van? Ik wil zijn ogen zien." Terug |