Week 35-2011
"Dokter, hoe lang heb ik nog?" Omdat in films die vraag aan artsen gesteld wordt om een beetje dramatische ontwikkeling te kunnen schetsen, zijn we dat in onze eigen levens ook maar gaan doen. Als we elkaar onze ziektegeschiedenissen vertellen, of die van anderen, dan speelt die vraag altijd een rol in het verhaal. Het verschaft het onmiddellijk een tijdslijn en elke aspirant romanschrijver weet dat je een tijdslijn nodig hebt om een spanningsboog op te bouwen. Daarom vragen we het niet alleen aan de dokter, maar ook aan elkaar.
Het is een vraag van de laatste vijftig jaar. Daarvoor maakten mensen zich daar vast niet zo druk om. Ook mensen die dood gingen hadden alle tijd van de wereld, want we hoefden nog niet zo veel.
Wat moeten artsen op die vraag antwoorden? Ze zijn toch god de lieve heer niet. Hoe kunnen ze met enige zekerheid zeggen wat de mens nog aan leven rest. Nou ja, als we vel over been in bed hangen en naar adem snakken, diepe ogen hebben en niets liever willen dan onze overleden geliefden ontmoeten, misschien dat dan aan iedereen duidelijk is dat we het wel zo´n beetje gehad hebben. Maar de man die gezond de spreekkamer binnenkomt, daar hoort dat de PSA uitslag behoorlijk mis is en dat hij prostaatkanker heeft, daar valt geen zinvolle schatting voor te maken. Aan mij zei de uroloog "Het kan vijftien maanden zijn, maar ook vijftien jaar". Hij had een ruime marge aangehouden en kon nauwelijks mis zitten. Naar de ons resterende tijd vragen heeft meestal geen zin, maar we stellen de vraag toch en de dokter doet zijn best er antwoord op te geven.
Dokters zijn ook maar mensen en dus zelfs als ze een inschatting kunnen maken, dan willen ze ons niet teleurstellen en ze vertellen het meestal vier keer zo rooskleurig als het is. Ik verzin het niet. Het is onderzocht.
Maar nu is er de PIPS score. Eén van mijn medische vakbladen brengt het goede nieuws dat door het intypen van elf variabelen in een computerprogramma ik vrij nauwkeurig weet hoeveel tijd me nog rest. Een juistheidsgarantie kan natuurlijk ook bij dit hulpmiddel niet gegeven worden, maar de score blijkt betrouwbaarder dan wat ook om ons alle verdere hoop te ontnemen. Volgens de onderzoekers is dat heel goed, want we hebben er recht op dat te weten. Dan kunnen we alles wat ons nog dwars zit in orde maken. Alsof zij die zwegen eindelijk gaan praten, alsof zij die wrok koesteren eindelijk zullen vergeven, alsof de zelfbedriegers eindelijk in staat zijn zich te tonen zoals ze zijn, alsof de zwartkijkers ineens vrolijk worden en om zichzelf lachen.
Ik ben sleutels kwijt en ik weet ongeveer waar ze liggen, maar heb nog geen tijd gehad om ze te zoeken. Er zijn nog een paar duizend dia´s die ik wil scannen. Ik moet eigenlijk ook nog een boek schrijven. Het is zo druk dat ik er nog niet aan toegekomen ben. Wat is mijn probleem? Ik haal me mijn leven lang al te veel werk op de nek en moet gewoon eens leren plannen. Met de PIPS score kan ik nu inschatten wanneer ik echt naar die sleutels moet gaan zoeken omdat anders mijn lieve vrouw het zal moeten doen, of ik nog de moeite moet nemen iets te gaan schrijven en hoeveel foto´s ik nog kan scannen. En moet dat eigenlijk wel, want als ik er niet meer ben, wie wil die foto´s dan in hemelsnaam nog zien? Daar hebben mensen toch geen tijd voor. Die mogen zelf trouwens wel eens een PIPS score invullen, want met de PIPS score wordt je nooit verrast, en je kunt in je de agenda precies aangeven na welke datum het zinloos is om nog afspraken te maken. Je zal er toch nooit verschijnen.
Voor het vaststellen van de PIPS score is een app nodig. Dus je zult ook nog een smartphone aan moeten schaffen om met de dood te kunnen bellen. Je dokter moet je daar wel bij helpen, want er zijn ook bepaalde bloeduitslagen nodig om het behoorlijk in te kunnen vullen.




Terug