| Week 37-2011 Het is niet de prostaatkanker die mijn leven heeft veranderd. Het is veel meer het idee dat samen met die kanker iemand mijn leven is binnengedrongen die steeds overal de lichtpunten uitdroet waardoor het al maar donkerder wordt. Het is allemaal begonnen toen Marion´s vader twee jaar geleden overleed. Tot dat moment was de kanker in mijn prostaat een ´quantité négligable´, stof op mijn schoenen, niet iets om je druk over te maken. Door de dood van haar levenspartner was mijn schoonmoeder ontroostbaar en de familie behoorlijk in de war. Ineens bleek hoe belangrijk hij was geweest, ook voor mij. Het feit dat mijn schoonvader uiteindelijk ten onder ging aan prostaatkanker maakte het erger voor me. Zou hij een hersenbloeding gehad hebben dan zou ik bedroefd zijn geweest, maar doordat hij de zelfde kanker had werden wij inniger familie van elkaar en ik me vereenzelvigde me met zijn lijdensweg. Zelfs de relatie van Marion en mij werd anders want ik kon in wat er tussen mijn schoonouders gebeurde alleen nog maar zien wat er in de toekomst ook in mijn eigen huwelijk zou plaats vinden, een volledige verschuiving in de balans met grote verwarring tot gevolg. Omdat we door zijn heengaan bovendien veel meer verantwoordelijkheid voor mijn schoonmoeder voelden, onze agenda op haar kruistocht tegen de eenzaamheid aanpasten en schuldgevoelens kregen als we een paar dagen niet op bezoek gingen veranderde ons eigen leven. Als de generatie boven je verdwijnt, word je gedwongen jezelf ook in een ander licht te zien en de spiegel waarin we keken was niet altijd aangenaam. Ik begrijp het pas achteraf, zoals mensen pas na de oorlog zien hoe die voorkomen had kunnen worden. Degenen die beweren dat ze het altijd al door hadden, zijn de mensen die zoveel zeiden dat ze in alle gevallen gelijk kregen. Sindsdien bleven de dieptepunten zich opstapelen en er was steeds minder tijd tussen de tegenslagen om de moed weer op te pakken, het leven opnieuw uit te vinden en een frisse start te maken. Dit jaar vroegen Marion en ik ons af of ons leven behekst was, of we door jaloerse medemensen waren bewerkt. Op welk terrein of welk niveau ook, er bleek wel iets tegen te zitten: de ernstige verbranding van Helena, de beroerte van mijn moeder, de terugkeer van kanker bij Marion´s zus, de crises in relaties van hen die ons lief zijn. En toen gingen we naar de film Nostalchia. Er stonden drie films op ons lijstje en hoewel we geen echte bewonderaars van Lars von Trier zijn besloten we zijn film te verkiezen omdat het de eerste was waar we terecht konden. Of ik nu moet zeggen dat de film op het juiste moment kwam of dat het alle ellende in een theatrale grand finale samenvatte, ik weet het niet. Buiten klonk het lawaai van de eerste herfststorm terwijl de geheimzinnige planeet Nostalgia, die verstopt had gezeten achter de zon, te voorschijn kwam en regelrecht op de aarde afstevende om die te vernietigen. Al die vette symboliek is nu net waarom we geen fan van Lars von Trier zijn. Het is allemaal te bedacht. Maar de verhalen van de depressieve Justine die bang voor de liefde en het leven is en haar zuster Claire die in het leven gelooft en het daarom gezellig wil maken om de moed erin te houden sleurden ons mee. Nostalgie, ik had gelezen dat het een geestesinstelling is die helpt bij het accepteren van het onvermijdelijke en in die zin veel aangenamer dan een depressie, maar ik besef dat je er niet veel mee kunt als je jong bent, voor je kinderen zorgt en nog in een fase van je leven bent waarin je denkt alles nog voor je te hebben. Je moet dus nog ontdekken op welke leeftijd je eraan toe bent. Nu dus. Er komt voor iedereen onvermijdelijk een dag waarop die enge planeet vanachter de zon te voorschijn komt en zijn komst blijft niet beperkt tot een zonsverduistering. We reden door de storm naar huis. De regen kletterde op het dak van de auto. In het licht van de koplampen was het zicht slecht. We somden nog eens op wat er allemaal zo mistroostig was geweest het afgelopen jaar. Ik meende het meest sombere van alles te hebben meegemaakt toen ik onlangs in een gesprek met mijn schoonmoeder haar hoorde vertellen dat toen haar man midden in de nacht een paar dagen voor zijn overlijden vanuit zijn bed haar had gevraagd bij hem in het eenpersoons ziekenhuisbed in de huiskamer te komen liggen, ze uit angst voor wat de nachtzuster zou denken dat had geweigerd. " Ik heb daar zo´n spijt van," bekende ze me. Omdat ze sterk hecht aan het Indische geloof in de hulp van de geesten van onze geliefden ook al zijn ze heengegaan beklaagde ze zich over het feit dat hij sinds zijn overlijden maar één keer ´s nachts was terug gekomen om haar in zijn armen te houden. "Je moet Marion veel knuffelen voor het te laat is," adviseerde ze. Iets nalaten, dat is erg. Dat zorgt voor de pijn tussen de somberheid. Ik ga het tij keren en zal Marion meer dan ooit in mijn armen nemen. Ondanks alles gewoon doorleven, dat is het beste. Daarom besluit ik vandaag mezelf opnieuw uit te vinden en aan het werk te gaan. Wie kan nog een 63-jarige schrijvende arts voor wat klusjes gebruiken? Ik kan alles, van sinterklaasgedichten maken tot voorlichten over vet, zoet, zout en seks. Terug |