Week 41-2011
Zomervakanties, ook al scheen de zon weinig, daar keek ik naar uit. Ik herinner me hoe ik me door de laatste maand van school heen worstelde dankzij het vooruitzicht dat de vakantie steeds dichter bij kwam. Wat ik precies in die vakanties deed herinner ik me niet meer. In mijn geheugen vind ik wat zonsondergangen, mooie uitzichten, verre treinreizen, de geur van zwembad in je kleren, andere talen en een volledige onbezorgdheid in de lade met daarop het woord zomervakantie.
Er kwam altijd weer een dag dat de zomervakantie voorbij was. Niet dat het erg was dat het normale leven weer begon, maar het ging gepaard met een dik gevoel van nostalgie. Het markeerde het verlies van iets dat mooi was geweest, maar ik had de overtuiging dat er toch weer een zomervakantie zou komen. Daarom kon ik me neerleggen bij het afscheid van de zomer en de terugkeer naar Duitse naamvallen en de Franse vocabulaire. Om de vakantie uit mijn hoofd te zetten schreef ik een verhaal over de voorbije zomer, want met verhalen bedwelm ik mezelf.
Of de vakantie voorbij was, zo voelde ik me toen ik hoorde dat mijn PSA ineens flink gestegen was vergeleken met de vorige keer. De medicijnen die ik al jaren slik om mijn prostaatkanker in bedwang te houden zijn op een dag uitgewerkt en dan is de kankervakantie voorbij. Zou dan nu dat moment waarop ik altijd rekende, maar waarvan ik hoopte dat het nog ver weg was, gekomen zijn?
Ik bedacht daarom maar een verhaaltje. Het gaat over een koning die jarenlang gehoopt had een kind te krijgen. Hij en zijn vrouw werden almaar ouder en ze begonnen te wanhopen. Op een goede dag kwam er een kabouter in het paleis, die om drinken vroeg. De koning riep zijn bediende en gebood hem een glas water te brengen. De bediende haastte zich naar de koninklijke keukens en kwam met een overheerlijk glas spa blauw uit de kraan terug.
"Hoe kan ik u danken?" vroeg de kabouter.
"Ach," zuchtte de vorst. "Mijn grootste wens gaat nooit in vervulling."
"Is het u alles waard om die wens in vervulling te zien gaan," informeerde de bezoeker.
"Natuurlijk," antwoordde de koning. "Ik wil niets liever dan een kind."
"OK," stelde de kabouter voor. "Dan krijgen u en uw vrouw een baby, maar…. Dan krijgt u er kanker bij."
De koning viel op zijn knieën en bedankte de kabouter. "Een kind, een kind," riep hij verheugd.
Negen maanden later lag en een blozend meisje in een wiegje en de koning en koningin hielden een feestje om de kleine aan iedereen te tonen. In de rij zag de koning ook de kabouter staan. Hij zwaaide enthousiast naar het kleine mannetje aan wie hij de nakomeling te danken had.
Toen het mannetje aan de beurt was om te feliciteren zei het: "Heel veel geluk met uw lieve dochtertje en u hebt nu ook prostaatkanker."
"Ach," jammerde de koning. "Dan kan ik toch helemaal niet van mijn kind genieten. Ik verlang ernaar haar de eerste stapjes te zien maken, dat ze haar eerste rapport thuisbrengt, dat ze haar eerste vriendje heeft…"
"Ho, ho," interrumpeerde de kabouter. "Zo veel, dat gaat niet. Maar ik ben de beroerdste niet. Hier heb je een toverdrank en die werkt lang genoeg om je van een onmiddellijke dood te vrijwaren en de meeste van je wensen te laten uitkomen."
Reken maar dat de koning blij was. Hij zanikte nog wel een paar keer dat het toverdrankje ook allerlei bijwerkingen had, waardoor hij niet helemaal de oude was, maar speelde elke dag met zijn dochter, leerde haar rekenen, vertelde haar over verre landen en huilde met de prinses mee als ze pijn had.
Na een paar jaar- toen de koning er helemaal geen rekening meer mee hield -verscheen ineens de kabouter op het paleis en de vorst besefte onmiddellijk wat dat betekende.
"Had het nog uitgemaakt als ik je toen ooit die eerste keer jus d´orange had gegeven in plaats van water uit de kraan?" informeerde hij nog even bij de kabouter, maar die schudde zijn hoofd. De koning wist wat hem te wachten stond, maar toch hoopte hij dat er nog een andere kabouter op bezoek zou komen die ook de gave bezat om wensen uit te laten komen. De koning heeft nog zijn bloed laten prikken, een scan ondergaan en een veelheid aan geleerde artsen bezocht, maar wat het resultaat daarvan was weet ik werkelijk niet. Dit sprookje is nog niet helemaal voorbij en er komen nog meer zomervakanties denk ik.




Terug