Week 43-2011
Tijdens een lezing in een crematorium in Breda bekende ik mijn gehoor dat ik me soms een prostaatkankerclown voel. Regelmatig word ik gevraagd om op te treden als de man die zo aardig over kanker kan praten zonder dat het vervelend wordt en dat doe ik nog ook. Het is beter om onze angsten en zorgen te glimlachen dan er “s nachts over wakker te liggen is mijn levensdevies. Bovendien zie ik mensen liever vrolijk dan met een blik van medelijden in hun ogen.
Voor de gelegenheid had ik een boek meegenomen om daar de eerste pagina uit voor te lezen. Dat boek schreef ik 33 jaar geleden en het gaat over mensen met terminale ziekten: “Een eindje meelopen“. Met opzet las ik vooraf niets om mezelf tijdens die middag te kunnen verrassen en te laten zien wat een onnozele kerel ik op mijn dertigste was, maar hoeveel ik inmiddels geleerd heb. De ondertitel van het boek is “Stervensbegeleiding voor iedereen“ en dat had ik ironisch bedoeld. Het was een knipoog naar de rage ven de zelfhulpboeken uit die tijd, van “zelf de gasleiding repareren“ tot “gooi de I Ching om te weten hoe je je lot ontloopt“. Het boek werd tot mijn verbazing echter een bestseller omdat de ironische ondertoon niet werd begrepen en het bleek nuttige leerstof op allerlei opleidingen.
Tijdens de lezing in het crematorium die zondag had ik het volgende voorgelezen: "Het enige belangrijke dat de professional in de zorg doet is de pijn en de ongemakken bestrijden. De rest kan zelfs een hond doen." Daarna volgt het relaas van een receptioniste in een ziekenhuis die maanden lang een oudere dame twee keer per dag door weer en wind langs ziet komen. De receptioniste begon de vrouw toe te knikken en eenmaal maakten ze een praatje. De vrouw vertelde dat haar man in het ziekenhuis lag. Op een dag kwam ze niet meer en de receptioniste concludeerde daaruit dat hij was overleden. Een paar dagen later verscheen de buurman van de vrouw om de receptioniste te bedanken voor de enorme steun die ze van haar in het ziekenhuis had gekregen. Ze was daar erg verbaasd over, want wat had ze anders gedaan dan wat ze altijd al deed. Gelukkig vroeg niemand waarom het leek of ik een receptioniste met een hond vergeleek.
In werkelijkheid weet ik godzijdank nog steeds niets over dood gaan en tegen de tijd dat ik het allemaal goed door zal hebben ben ik er niet meer. Op donderdag moest ik al weer over kanker en dood praten en nog wel gedurende de maandelijkse lunchlezing aan mijn eigen universiteit. Begeef ik me met al dat gekoketteer met de dood niet op gevaarlijk ijs? Het is of ik de goden uitdaag. Voor deze keer had ik de inhoud van mijn lezing wat aangepast - “Is de dokter wel voorbereid op de dood?“ - en had me voorgenomen in een half uur een beeld op te roepen van artsen die te druk zijn om goed te begrijpen wat er in het hoofd van hun patiėnten omgaat en dat dokters zich bij voorkeur zo zakelijk mogelijk opstellen om een gesprek emotieloos te houden.
Halverwege mijn lezing zag ik achter in de zaal mijn eigen uroloog binnenkomen, de man die de resultaten van mijn scan ondertussen wel moest weten. Ik zou het liefst even een korte pauze hebben genomen om te horen wat de uitslag was, maar dat is niet koel. Dus ik ging door met mijn luchtig vertoog over wat me in negen jaar met kanker als bruid is overkomen en verborg heel diep binnen in me de vrees dat het gezwel veel erger uitgezaaid is dan ik zou willen. Met behulp van de anekdotes waarvan ik weet dat ze goed werken en op routine bereikte ik het einde van mijn praatje.
Eenmaal klaar sprong ik de trap op naar de plek waar de man die precies wist hoe het met me is gesteld gezeten was. Ik deed mijn hand zorgvuldig over de loopmicrofoon heen zodat niet de hele zaal mee kon luisteren. "En," vroeg ik.
Vermoedelijk had hij nog nooit een consult in een collegezaal gehad en keek hij daarom wat onwennig. Ik stelde de vraag opnieuw. "Hoe was mijn scan?"
"Er zit een puntje in je os ilium," zei hij. "Die uitzaaiing kunnen we met een redelijke kans op succes bestralen. Ik heb het al met de radiotherapie besproken en iemand belt je voor een afspraak. Verder is de kanker in je prostaat ook weer actief en daar moet je voor terug naar Belgiė voor een HIFU. Misschien winnen we daar weer een beetje tijd mee."
Er viel een last van mijn schouders. Weten waar je aan toe bent en plannen maken over de aanpak maakt alles overzichtelijker. Kan ik mooi nog een tijdje lezingen geven over kanker en andere ellende.




Terug