| Week 44-2011 Op mijn vijftiende wilde ik James Dean zijn. Een rebel. Een ´cause´ heb ik er in de loop van mijn leven bij gevonden. Ik overwon mijn verlegenheid en ging met iedereen de strijd aan. Vaak ging mijn tong sneller dan mijn gedachten en toen ik eenmaal had ontdekt wat ik met de pen kon uitrichten werd ik nog rebelser. Een collega uit Bangladesh zei me eens dat je je niveau nooit moet meten aan de hand van het aantal vrienden dat je hebt, maar het aantal vijanden moet tellen. Dat vond ik wel een stoere uitspraak. Alles wordt echter anders en tegenwoordig heb ik het gevoel een lievige man te zijn geworden. Laat ik het maar zo eerlijk mogelijk opschrijven: ik lijd sinds een paar jaar aan een ´aardigheidspsychose´ en ben de stekels kwijtgeraakt. Nou ja, ze zijn er nog, maar ik ben bang er andere mensen mee te prikken. Ik merk dat door hoe anderen op me reageren. Ik heb tegenwoordig ook vreselijk veel vrienden. Tenminste op Facebook. In het echte leven werk ik meestal thuis of pas op mijn kleinkinderen en zie dus niemand. Ik moet er ook niet aan denken de hele week mensen over de vloer te hebben die thee met me komen drinken. Deze week staat er een interview met me in de Humo en daardoor krijg ik veel verzoekjes op mijn facebookpagina van Belgische medemensen of ik vriend met ze wil worden. Natuurlijk, want ik weet sinds kort waarom je vrienden nodig hebt. Men adviseert een om vriendschap vragende onbekende eerst te screenen en te google´en wat voor iemand het is, want lang niet iedereen is te vertrouwen. Het kan me echter niet schelen als ze tegen me liegen en zich mooier voordoen dan ze zijn. Bovendien heb ik ontdekt dat ik inmiddels een paar echte digitale vrienden heb gekregen. Dat zijn vrienden in de geest van elkaar werkelijk aardig vinden. Steeds vriendelijker word ik. Als ik lezingen geef over prostaatkanker ben ik de goedheiligman zelf en deel wijsheden uit alsof het pepernoten zijn. Zou ik mezelf bekijken met de ogen van de vijftienjarige James Dean die ik ooit was en mezelf moeten beschrijven dan zou ik zeggen: het is serveren van tegeltjeswijsheid met een innemende glimlach. Gelukkig ben ik geen vijftien meer en kan ik met mezelf leven. "U zegt dat u zoveel heeft aan uw familie, aan uw vrouw en uw kleinkinderen bij het omgaan met kanker," vraagt een mevrouw me na afloop van een voordracht. "Is dat ook mogelijk met vriendinnen?" "Lijkt me wel," zeg ik. "Mensen hebben nu eenmaal mensen nodig. We voeden ons met aandacht. Het is als zonlicht voor de planten. Ik heb het geluk dat ik een geweldige partner heb en kleinkinderen om te stelen. Maar vriendinnen hebben is waarschijnlijk net zo goed. Als je die niet hebt ga je gewoon op Facebook." De vrouw kijkt me aan alsof ze nog meer van me verwacht, maar ik weet soms ook niet wat ik zeggen moet. In het echte leven kun je niet elke vraag op bevredigende wijze beantwoorden. Omdat het stil blijft zeg ik ineens: "Op mijn facebook zet ik elke dag drie foto´s en die plaats ik in verschillende albums. Eén van die albums heet ´people I don´t know´ en het zijn portretten die van dichtbij gemaakt zijn. Op een dag schreef iemand me ´Waarom lachen die mensen toch steeds naar u?" Waarom vertel ik dat aan die mevrouw? Het slaat nergens op en enigszins beschaamd besluit ik niet verder te praten, waardoor de situatie nog onhandiger wordt. Gelukkig stelt iemand anders een vraag. Ik heb de opmerking over die lachende portretten nooit beantwoord, maar op dat moment tijdens die ongemakkelijke stilte vermoed dat ik het antwoord ineens weet. Die mensen lachen gewoon terug als ik onnozel naar ze lach terwijl ik vraag of ik ze mag fotograferen. Dat is de schoonheid van het leven. Je lacht en je krijg een lach terug. Een paar dagen later spreek ik op de universiteit over kanker en als ik na afloop in de garderobe naar mijn jas zoek, komt de Marokkaanse geluidstechnicus die me geholpen heeft met de microfoon haastig naar me toe en geeft me een papiertje. "Dat gebruiken wij thuis," zegt hij met een verlegen glimlach. Later in de auto lees ik wat hij opgeschreven heeft. Het is een tip om me te helpen van de prostaatkanker af te komen. ´Zwarte zaad (Nigella Persicum), doodt alle ziekte behalve de dood.´ Dat is het geschenk wat wij mensen elkaar kunnen geven - bezorgdheid, aandacht - en dat houdt ons in leven. James Dean was een rebel, maar die is vroeg dood gegaan. Terug |