| Week 52-2011 Terwijl ik me negen jaar geleden druk maakte over wat ik moest kopen om voor 20 mensen een kerstdiner te bereiden en puzzelde hoe ik ze allemaal aan een grote tafel in de bibliotheek een plaatsje zou kunnen geven besloot ik snel even met mijn huisarts te bellen om te informeren wat de uitslag van de PSA was. Ik was een paar dagen daarvoor uit Japan teruggekeerd en had nog wat last van jetlag. Misschien werd ik daar helder door en hielp dat me om eindelijk de telefoon te pakken. Ik kon het toch niet weer weken lang uitstellen omdat ik er geen tijd voor had. Het bleek wat je de hoofdprijs noemt te zijn. Prostaatkanker en al door de kapsel heen. Maar dat wist ik nog niet precies toen ik een dag later op de ochtend voor kerst door het donker naar de polikliniek urologie, waar ik snel een afspraak had gemaakt, reed. Binnen een half uur stond ik weer buiten. Op weg naar huis leek het aanzienlijk donkerder geworden en wist ik helemaal niets meer. Daar moet ik elk jaar aan denken of ik het nu wil of niet. Kerst is nooit meer het zelfde. Ik had altijd al een ambivalente gevoel ten aanzien van het kerstfeest. Hinderlijke dagen die de vaart uit het leven halen vond ik het en toen ik jong was gebruikte ik zulke stilstaande dagen om dikke Russische boeken te lezen. Eenmaal wat ouder werkte ik elk jaar rond die kersthype in een psychiatrische inrichting. Veel personeel was naar huis, maar het merendeel van de patiënten hoefde van de familie niet meer langs te komen. Daarom viel ik dan in en in de nacht voor oud- en nieuw hielp ik bovendien nog bij het bakken van de duizend oliebollen die voor de op kalmerende middelen dik wordende patiënten bedoeld waren. Weer jaren later, toen we ontdekt hadden hoe warm het in tropische gebieden is als hier die feestdagen gevierd worden, verdwenen we gewoonlijk even een paar weken. Een kerstboom naast een klapperboom heeft toch iets bijzonders en een hevig zwetende Kerstman met een valse baard maakt je hele dag goed. Die dag negen jaar geleden deed mijn leven kantelen. Er zijn maar een paar beslissende momenten in je leven, momenten waarop je bestaan een andere wending neemt. In retrospectie kan ik ze precies aanwijzen. De vader van mijn beste vriend die toen ik een jaar of zestien was zei dat hij me een slapjanus vond met een grote mond, want anders zou ik wel betere cijfers op school halen, prikkelde trefzeker mijn eergevoel. Nooit meer een cijfer onder de acht gehaald. Ik zou hem wel eens wat laten zien en ben hem nog altijd dankbaar. Het moment dat ik Marion ontmoette. Zonder die ontmoeting zou ik niet de zelfde zijn als nu, want vanaf die dag heb ik mijn best gedaan iemand te worden die ze bewondert. De dag dat Kaja klaar was met de middelbare school en op kamers in Amsterdam wilde wonen. Wat een enorme ingreep betekent zoiets en het kost jaren voor je je leven weer een beetje gereorganiseerd hebt. Uiteindelijk was er die rit door het donker van de afdeling urologie naar het warme bed waar mijn vrouw nog lag te slapen omdat ze weer lang door was gegaan met schrijven. Misschien die keer niet een boek, maar kerstkaarten. Opnieuw veranderde alles waar ik zo rotsvast op was gaan vertrouwen. In de twintig minuten naar huis zocht ik wanhopig naar een verhaal om aan Marion te kunnen vertellen, een verhaal met een goede afloop, maar er schoot me niets te binnen. "We zeggen niets aan onze gasten," zei ik met klem. Veel mannen met machotrekjes zeggen als ze kanker blijken te hebben van die stoere dingen. Dat is niet vreemd, want er zit diep in ons een besef dat het aangeschoten verzwakte dier een prooi wordt van de andere mannetjesbeesten. Niets laten merken dus. Vandeweek was ik bij David die jarig was en mijn bij mijn kleindochters. Eerstgenoemde gaat even met Marion weg om een verjaarscadeau te kopen, terwijl ik bij de meisjes blijf. Katelijne, de kleinste, speelt enthousiast met de iPad. Ik hoor Mickey Mouse in het Russisch en Dora in het Chinees op de achtergrond terwijl Helena me vraagt: "Waar blijven ze nou? Het wordt al donker. Dan moeten we zo eten en dan al weer naar bed en hebben we geen tijd meer voor leuke dingen." Ik probeer iets uit leggen over het korter worden van dagen en dat het altijd ook weer beter wordt, maar het lijkt er toch sterk op dat ze een aanval van acute winterlichtdepressie heeft, waar mijn verbale antidepressiva niets aan kan verbeteren. "Als het zo donker is, moet je het licht maken. Daarom gaan we allemaal deze week kerst vieren. Met veel kaarsen. Samen met mensen, die je een tijd niet hebt gezien. En we lezen mooie boeken. Als je dan leest over een kapitein die voor het eerst op een onbewoond eiland komt, dan voel je het zand onder je voeten, de zon op je rug branden. Je haalt diep adem en kijkt naar de papagaaien in de bomen. Wat is het hier mooi denk je." Helena lacht een beetje. "Ja, dat weet ik wel," zegt ze. "Hebben we op school gehad. Door lezen leer je andere werelden kennen." "En nu gaan we naar dat eiland vliegen," zeg ik en pak haar ineens op en laat haar door de lucht zweven. Ze schatert en Katelijne wil mee met ons de hemel in. Ik weet niet of ik die donkere dagen voor kerst nu moet verfoeien omdat ze me hebben laten wennen aan het idee dat iedereen dood gaat - zelfs ik -, of dat ik juist moet vieren dat ik er al weer een jaar bij heb gekregen om met mijn kleindochters te vliegen naar onbekende eilanden. Terug |