Week 01-2012
Terwijl ik brood rooster probeer ik tegelijkertijd eieren te bakken. Eén met de dooier heel, één met de dooier kapot. Het wit moet wel echt wit zijn en niet nog doorzichtig. Dus loop ik snel naar de kast voor een deksel om die op de koekenpan te doen. In de haast trek ik een glazen ovenschaal mee die in duizend stukken op de keukenvloer uiteenspat. Iedereen aan de ontbijttafel moet nu vooral op zijn plaats blijven en doen of er niets aan de hand is, want dan kan ik de scherven snel opvegen voor de eieren klaar zijn en het brood verkoold is. "Daar bij de stoelen van de meisjes zie ik nog iets glinsteren," hoor ik vanuit de verte. Licht geërgerd zwaai ik met de bezem naar links, buig omlaag om onder de tafel te komen en voel iets in mijn rug schieten.
"Zit het links?" informeert Marion. Het is moeilijk te bepalen. Mijn hele onderrug doet pijn. "Als het maar niet van die bestraling is."
Het is bijna klassiek. Ik denk alles te controleren en in staat te zijn drie dingen tegelijk te doen, maar juist dan laat mijn rug het afweten. Dat kan ik nu niet hebben. Mijn kleindochters zijn te logeren. Dat betekent veel optillen en spelletjes doen waarbij ze op mijn rug klimmen of plotseling boven op me springen. Onmiddellijk stuur ik een tekstbericht naar Ricardo. Wie weet werkt hij zelfs tussen kerst en nieuwjaar. Om twee uur kan ik komen.
De radiotherapie heeft er niets mee te maken. Het komt door mijn haast en die wordt weer veroorzaakt omdat ik te veel wil. Het is mijn leven in een notendop. "Yes there were times, I´m sure you knew, that I bit off more than I could chew. But through it all, when there was doubt I ate it up or spit it out. I faced it all and I stood tall and did it my way." Te vaak was ik zo gulzig dat ik me verslikte, maar niets wilde laten merken omdat ik dacht dat mannen zich zo behoren te gedragen. Dus aan iedereen die dezer dagen naar mijn rug informeert zeg ik dat het niets voorstelt. Mannen zijn van binnen klein omdat ze zoveel op te houden hebben. Zoveel, en het is soms zo verdomde vermoeiend.
Daarom houd ik ook altijd dapper vol dat mijn prostaatkanker helemaal niets voor voorstelt. Wie er meer drama uit probeert te halen maakt me nerveus. Die rugpijn net op het moment dat Helena en Katelijne hier zijn is vele malen vervelender. Voor Katelijne ben ik de opa die luiers verschoont en haar in haar bedje tilt, ´s morgens vroeg haar flesje maakt en vele malen per dag braaf doet wat hem op wordt gedragen: "Opa, boekje lezen". En Helena lees ik voor het slapen gaan weer uit heel andere boeken voor waarover we dan praten. In een boek dat we in Artis kochten ziet ze een tekening van een wilde kat die een dode vogel in zijn bek heeft. "Zielig," stelt ze zakelijk vast. Het is echter ook niet erg voegt ze eraan toe, want die vogel eet kikkers en die kikkers consumeren op hun beurt weer muggen. Iedereen komt aan de beurt, of je nu wilt of niet. Zo leren kinderen al jong vrede te hebben met de dood.
Ricardo informeert of ik wel genoeg ren en fiets. "Regelmatig," zeg ik, maar ik ben eerlijk genoeg om te bekennen dat het toch niet meer zo als vroeger is. Vandeweek probeerde ik samen met Kaja - 24 jaar jonger - een stuk te rennen, maar het lukte me niet. Zijn tempo was voor mij niet bij te houden. "Ga maar," zei ik hijgend en zag hem twee uur later terug nadat hij een halve marathon gelopen had en ik al blij was dat ik de vijf kilometer volbracht had.
"Je hebt een beetje oedeem in je benen," zegt Ricardo. "Je moet het bloed in die benen laten pompen."
Het is helemaal de schuld niet van de kanker, of de pijn links of rechts links of rechts zit, of ik er niet meer in slaag mijn zoon bij te houden, of ik wat sneller moe ben, of ik vocht in mijn onderbenen vasthoud. Het komt door het onvermijdelijke ouder worden. Tijdens mijn lezingen leg ik mijn toehoorders uit dat we niet gemaakt zijn om allemaal zo oud te worden. 75 is al mooi. Daarna wordt het behelpen en oplappen. Ik heb altijd gedacht dat dit een waarheid als een koe is, maar niet voor mij geldt.
"Ik ga het weer opbouwen," beloof ik Ricardo. "En als in februari de uitslag van de PSA goed is zal ik ook mijn heup snel laten vervangen."
Ik laat me niet op mijn kop zitten. Ik ben een kerel en ik kan duizend dingen tegelijkertijd.




Terug