Week 02-2012
Iemand zei me dat ik een boek zou moeten schrijven over de psychologie van mannen met prostaatkanker. "Dat heeft mijn vrouw toch al gedaan," antwoordde ik. "Nee," zei de man. "Dat is een boek voor vrouwen van mannen met prostaatkanker."
Het is al moeilijk om elke week op mijn website nog iets zinvols over kanker in het algemeen of over prostaatkanker in het bijzonder te schrijven, laat staan dat ik de energie en het uithoudingsvermogen op kan brengen voor een heel boek. Waarom zou ik? Maanden lang werk je aan zo´n boek en dan blijkt het omslag niet mooi te zijn, er te veel in te staan, journalisten het te druk hebben met andere dingen, de boekhandel het moeilijk te hebben en slechts een paar duizend mensen lezen het. Wij moeten overstappen op de nieuwe media. 140 tekens, genoeg om een boodschap te twitteren is wat je tegenwoordig moet kunnen om gehoord te worden. Ik moest altijd lachen als mijn vrouw vertelde over wat ze leerde op de opleiding scenario schrijven van het Binger instituut. Waar het uiteindelijk om draait is of je je plan kunt pitchen in één minuut. Je hebt maar tijd om iemand van de kracht van je plan te overtuigen zolang je samen even in een lift staat. Ik lach er niet meer om, sinds ik besef dat iets dat langer als een alinea is al wordt weggelegd door mensen omdat zich alweer iets anders aandient dat de aandacht vraagt. We hebben allemaal adhd. Waarom zou ik mijn best nog doen om een heel boek te schrijven?
De man die het me vroeg had wel gelijk met zijn belangrijkste argument om me over te halen. De mannelijke psychologie is verrassend fascinerend. We denken altijd dat het bij mannen allemaal eenvoudig in elkaar zit. Geldingsdrang in combinatie met onthutsende naïviteit, maar geloof me het is gecompliceerder dan dat.
Het gaat allemaal terug naar de tijd waarin we van amfibieën langzaam maar zeker evolueerden tot de homo sapiens. In die tijd kregen we de typische hormonen en boodschapperstoffen die ons hielpen het mannetje te zijn dat in de groep belangrijk was voor het overleven van hemzelf, zijn gezin en zijn clan. Het bepaalde voor eeuwig onze positie in groepen, het werd de leidraad voor onze houding ten opzichte van leden van de andere sekse en het zorgde ook voor wat ons gelukkig maakt en wat kwetst.
Dat kwetsen is nu juist zo ongeveer het meest cruciale voor mannen vanaf het moment dat de dokter tegen ze zegt "had je niet eerder kunnen komen, je hebt prostaatkanker". Wij worden door en door beledigd door het falen van ons lichaam. Onze mannelijkheid laat ons in de steek en we haten het te moeten twijfelen aan wat ons tot man maakt en ons gevangene van het man zijn heeft gemaakt. Daar valt niet luchtig over te doen en het heeft niets te maken met te veel ego, misplaatste trots en onvermogen je lot te aanvaarden.
De wereld rondom een man met een gezwel in dat stomme orgaan herschikt zich. Niets is meer het zelfde en alles krijgt een andere interpretatie. De nieuwe jas die je krijgt aangemeten is echter niet één van de velen in de garderobe die je ter beschikking staat. Het is de enige jas die je de rest van je leven draagt. Steeds zal je je moeten verweren tegen het idee te falen, ben je ongelukkig dat je midden in een straat ineens tegen een muur moet plassen, dat je tijdens een wandeling de ontlasting niet meer op kunt houden en je voelt je onzeker over seksualiteit en je relatie. Je wilt niet meer toegeven aan nog meer bewijzen van zwakheid, want je moet laten zien dat je nog leeft, er nog steeds bent. Je moet wat tegenzit verbergen met minder hulpmiddelen dan je ooit voor die prostaatkanker ter beschikking had, terwijl je ze harder dan ooit nodig hebt. Voortdurend zal je een verwijt vermoeden omdat je niet meer de zelfde bent, en hondstrouw als je bent ga je proberen te leven naar verwachtingen waar je vroeger lak aan had.
Populariteit bij de dames, erecties, neuken, ach daar heeft het zo weinig mee te maken, maar iedereen neemt voetstoots aan dat het daar om draait. Dat zijn slechts de uiterlijke aspecten van het man zijn. Daar kun je op terugvallen als de twijfel aan wie je bent zo groot geworden is dat je in wanhoop je probeert te laven aan die maskerade. Nee, het gevoel voortdurend levensexamen te moeten doen om weer beschouwd te mogen worden als de ´oude´, degene die je was voordat je hoorde dat je prostaatkanker had, dat put je uit. Een hoog cijfer zal je nooit meer halen en hoe je ook je best doet bij de minste kritiek wil je wegkruipen, maar dat kan nu juist niet.
Veel mannen met prostaatkanker proberen het op te lossen door stoer te doen. We zeggen dat het allemaal niet zo erg is, het erg meevalt en we laten niets merken en lachen erom.
"U bent er de juiste persoon voor," zei de man, maar ik trap er niet in. Ik heb wel het plan opgevat een nieuw boek te schrijven, maar niet over prostaatkanker. Er zijn veel leukere dingen in de wereld en als het me lukt wordt het een boek van maximaal 140 tekens.




Terug