Week 05-2012
Mijn zoon kan ik al een tijdje bij het hard lopen niet meer bijhouden en de pijn in mijn heup neemt steeds meer toe, maar omdat het zo langzaam verandert ervaar ik het als een stabiele situatie. Aan alles valt te wennen, dus ook aan een versleten heup.
Ik weet nog dat het begon toen mijn eerste schoondochter me eens vroeg "Loop je mank Ivan?"
"Alleen even als ik net uit de auto stap," zei ik snel. "Een beetje stijfheid." Ik voelde me echter behoorlijk betrapt, want ik dacht dat ik het goed verborgen had weten te houden. Daarna ging het jaren goed met die heup omdat het niet erger werd. Pas ten tijde van mijn tweede schoondochter speelde het weer zo op dat ik een orthopeed raadpleegde. Ik schrok van de röntgenfoto. Zo erg had ik het niet verwacht. Opereren of doorsukkelen met pijnstillers als het te erg werd, was het advies dat ik kreeg. Mijn oncoloog vroeg me echter of ik nou wel aan al dat gedoe zou beginnen. Met zorg had hij het woordje ´nog´ in de zin vermeden. Doorsukkelen werd het, maar ik heb daarbij nooit pijnstillers hoeven slikken.
Door het vermijden van de pijn kreeg ik wel andere klachten. Hielspoor hield me bijna twee jaar uit het bos waar ik jaren lang elke ochtend gerend had. Ook dat verdween weer, maar ik kreeg steeds vaker last van mijn rug. Daar had ik echter vooral last van als ik een paar dagen niet voldoende bewoog. Het stimuleerde me in beweging te blijven. Dat was ook goed vanwege die spookachtige prostaatkanker, die uitsluitend met me communiceert via PSA uitslagen. Er zijn aanwijzingen dat training een positieve bijdrage levert. Natuurlijk verdwijnt de kanker er niet door, maar door de betere conditie kun je er beter mee omgaan.
Met een klinische dokter kun je daar nauwelijks over praten. Die begint te lachen. Hoe kun je zo onnozel zijn te denken dat je langer leeft als je je sportschoenen vaker aantrekt? Het is moeilijk aan zo iemand uit te leggen dat de lengte niet zo interessant is als de kwaliteit van de jaren die je hebt. Over kwaliteit van leven leer je ook niet zo veel tijdens de medische opleiding, misschien wel niets.
Toen mijn derde schoondochter onlangs informeerde of ik mank liep, wist ik dat ik me niet langer blind moest houden voor het feit dat die heup steeds meer achteruit ging. Ik legde me neer bij het idee dat ik misschien toch maar geopereerd moest worden en toen ik mijn oncoloog vroeg wat er dan precies tegen zou zijn dat te doen, liet hij weten dat er ook eigenlijk niets zinvols over te zeggen viel.
Daarom dacht ik vorig jaar dat ik als de PSA niet dramatisch zou zijn gestegen ik onmiddellijk geopereerd moest worden. Jammer alleen dat hij toen ineens naar 31omhoog was gegaan en dat bleek onder andere te komen door een uitzaaiing in mijn darmbeen. Dat was te bestralen. Acht weken daarna kon ik dan aan de hand van weer een PSA zien of de behandeling iets had uitgehaald.
Ricardo, mijn fysiotherapeut, behandelde me voor de pijnlijke bilspieren die veroorzaakt werd door stralingsbeschadiging en vond dat ik nu door moest zetten. "Ik maak wel een afspraak voor je bij de orthopeed," zei hij, "en dan kun je met hem beoordelen of je het laat opereren". Ik weet niet waar ik blijer door werd, van de beslissing om iets te ondernemen of van het vriendschappelijke gebaar. Het kwam ook zo mooi uit. Bestraald en dan een nieuw begin. Heup weer als van ouds en ik zou gemakkelijk een rondje met mijn zoon kunnen lopen, naast elkaar, pratend over de dingen die belangrijk zijn in het leven.
Vlak voor de afspraak met de orthopeed waar Ricardo met me naar toe zou gaan liet ik nog even de PSA bepalen. Op twee dagen na waren er acht weken voorbij gegaan. Stel je voor dat hij niet zo sterk gedaald zou zijn. Je weet maar nooit.
Ik heb altijd geweten dat er een dag zou komen dat de medicijnen niet meer werken, dat de kankercellen zich er niets meer van aan trekken en hun eigen gang gaan. 37,7 was de PSA en als ik met mijn zoon wil praten zal het op andere wijze moeten dan tijdens het hardlopen, want naar een operatie staat mijn hoofd nu niet meer.




Terug