| Week 09-2012 ´Experimental Drugs Do Battle Against Advanced Prostate Cancer´ lees ik boven een artikel dat over resultaten van onderzoek naar twee nieuwe medicijnen gaat. Ik volg zulk nieuws, want ik heb ´gevorderd prostaatkanker´ en wil natuurlijk best meer weten over dat er misschien nog een medicijn is als niets meer lijkt te werken je toch nog even kan geven. Maar dat woordje ´battle´ , het zet me flink aan het denken. De slag bij Duinkerken, de slag bij Nieuwpoort, de slag bij Iwo Jima, de slag in de Java zee en blijkbaar ook de slag rond mijn prostaat en tegen de infiltranten in andere organen. Het klinkt allemaal wel heel heftig. Wat is het toch dat we in leven blijven als een oorlog zien? Strijd. Niet opgeven. Ervoor gaan. Wij bewonderen de soldaten die hun plicht doen en de sluipschutters van de kankerbrigade proberen uit te schakelen. Als je kanker hebt word je al snel een held. Zonder iets anders te hoeven doen dan wat behandelingen ondergaan om dat je je leven wilt rekken word je overladen met meelevendheid omdat je nog leeft. Men zegt dat je moedig bent en als het afgelopen is staat er in de rouwadvertentie dat je dapper hebt gestreden. Dat is vreemd. Ik denk dat het komt door een diepgewortelde angst voor de dood en de hoop niet in de zelfde positie als ik te komen. Deze week las ik een column in Trouw van iemand die regelmatig de degens gekruist had met Anil Ramdas en die nu deze zich niet meer kon verweren van de gelegenheid gebruik maakte zich te revancheren. Naast een opeenhoping van kinderachtigheid was zijn belangrijkste ergernis dat Anil zich van het leven beroofd had. Hij vond hem een lafaard. Dat mensen de dood verkiezen boven het leven wordt gezien als iets afwijkends. En wie af wijkt van de anderen kan rekenen op excommunicatie. Vanochtend nog kwam ik een onderzoek tegen over jongens die met poppen spelen en meisjes die in bomen klimmen. Ze worden vaker gepest, maar ze blijken ook nog eens vaker mishandeld te worden door ouders en familieleden. Doe maar gewoon, dan mag je erbij horen. Meisjes moeten met poppen spelen. Jongens niet. Zonder dat we het zelf door hebben ontstaat er groepsdruk om wie anders doet zich aan te laten passen. En wil hij niet dan gaat hij maar terug naar waar hij vandaan komt, of dat nu Polen, Suriname, het COC of welk vreemd anders zijn is. In Nederland willen we leven en niet sterven. Doe toch normaal man. Als mensen me daarom vragen of het goed gaat, doe ik normaal en zeg altijd ´goed´. Onmiddellijk reageren ze met ´ja, maar jij zegt altijd dat het goed gaat´. Men trekt mijn woorden in twijfel en gaat er vanuit dat als ik ´goed´ zeg het juist heel slechts met me gaat, maar dat ik niet kinderachtig wil doen. Dat is helemaal niet waar. Ik heb geen andere keus dan mijn leven ´goed´ te vinden, want anders zou ik gewoon doen wat Anil deed. Van de buitenkant ziet het er altijd erger uit dan van binnen. Zo lang je in de luxe omstandigheid verkeert niet in een krot in de buitenwijken van Dhaka of Nairobi te wonen lijkt dat het ergste wat je je voor kunt stellen, maar wie geen keus heeft past zich aan, maakt er het beste van en vindt dat het goed gaat. Vol bewondering kijkt men naar de lachende mensen op de foto´s die ik in sloppenwijken gemaakt heb. ´Goh, ze zijn toch gelukkig.` Respect. Ik vind het een fijn woord. Mensen schrijven me vaak dat ze respect voor me hebben. Dan denk ik ´hopelijk respecteren ze mijn boeken, mijn geliefde, mijn schrijfstijl, het feit dat ik na tientallen jaren fotograferen de moed verzameld heb mezelf fotograaf te noemen en mijn foto´s te tonen, mijn overtuiging dat je informatie altijd moet delen, dat ik vind dat je mensen die anders zijn dan jezelf ook respecteert, dat ik niet bang ben te zeggen wat ik vind en af te gaan´. Maar respect voor het feit dat ik nog leef en ook bereid ben om van alles te doen om mijn leven nog wat te rekken is nou net de lulligste reden die ik kan bedenken. Ik ben niet in oorlog, maar bezig om de tijd die me gegund is zo leuk mogelijk in te vullen. Terug |