| Week 10-2012 Bij speelgoedpaleis Bart Smit mogen onze kleindochters elk iets uitkiezen. Wat staat hier veel, alles boven op elkaar en in felle kleuren. Ik moet denken aan het onderzoek met potjes jam. Als je mag proeven uit drie soorten is de kans dat je met iets naar huis gaat bijna 30 procent, maar als de keuze uit 24 gemaakt moet worden blijkt maar vier procent van de consumenten iets te kopen. Je wilt niet het verkeerde kiezen; dus dan maar beter niets. Bij partnerkeuze schijnt dat tegenwoordig ook het geval te zijn. Helena moet zich daar bij Bart ook zo voelen. Teveel en uiteindelijk toch allemaal het zelfde. In de trein op weg naar de stad zag ik een artikel in de krant over speciale meisjeslego en las het voor. Dat nieuwe speelgoed was ontwikkeld op basis van onderzoek en daaruit blijkt dat jongens graag knutselen, maar dat meisjes liever spelen met ijskasten, fornuizen, stofzuigers en opmaakartikelen. Sorry moeders, het feminisme is aan Nederland grotendeels voorbij gegaan. Als ik na veel zoeken de roze dozen met meisjeslego eindelijk heb gevonden informeer ik: "Is dat niets voor je Helena?" Ze zucht. "Als je het in de winkel staat ziet het er allemaal zo mooi uit. Thuis kun je het nooit meer zo mooi krijgen en na twee dagen verveel je je ermee." Mijn lieve kleindochter wordt duidelijk al wat ouder en heeft ontdekt dat er veel in een mensenleven kan gebeuren dat diep teleurstelt. Kon ik het haar maar allemaal besparen, van verbrandingen tot ouders die uit elkaar gaan. Kan ik haar misschien leren hoe je ermee omgaat? Mijn eigen sterke lichaam stelde me misschien wel het meest teleur. Hoe kon het in hemelsnaam die kankercellen de kans geven zich te ontwikkelen? Of moet ik mezelf wijsmaken dat ik prostaatkanker kreeg om er van te leren. Onzin, kanker krijg je niet als opdracht, niet als huiswerk, niet als uitdaging en evenmin om te worden wie je eigenlijk bent. Je krijgt het omdat je pech hebt en dat je er ook iets door leert is interessant, maar van mij had me dat echt bespaard kunnen blijven. Dan maar wat dommer. Liever dat dan af en toe die natte onderbroek omdat ik hardnekkig blijf doen of ik nog jong ben en geen reserveondergoed meeneem. Ik moet nog steeds wennen aan de veranderingen. Mijn hoofd ligt mijlenver achter op mijn lichaam. Ergens waar het helemaal niet uitkomt moet Helena plassen. Haar zusje heeft nog het voordeel om het de hele dag in haar luier te doen. Voorbij die mooie tijd en een meisje van zes denkt er natuurlijk altijd te laat aan. Snel een plekje zoeken, maar je morst toch wat en kijkt verdrietig dat ze die natte broek omhoog moet trekken. "Ach dat heeft opa ook wel eens," verklap ik aan mijn kleindochter. "Natte broek. Dar droogt vanzelf weer op en als je gewoon lacht net als anders heeft niemand het door." Ze glimlacht me toe. We hebben samen een geheim. Tussen 6 en 60 ligt de urinevrije levensfase waarin zich het grote leven afspeelt. ´s Avonds lees ik haar voor uit een boek over wolven. In de inleiding staat dat wolven de dieren zijn die het meeste op mensen lijken. Enthousiast vertelt ze de volgende dag aan haar vader dat wolven geen hek om hun gebied kunnen maken en daarom overal plassen zodat andere wolven die dat ruiken wel wegblijven. Dat is tenminste een boek over de echte wereld, niet over prinsessen in roze bedjes maar over dieren met scherpe tanden die op mensen lijken. "Het gaat echt over ons," zeg ik. "Wij heten toch ook Wolffers." Ze knikt en glimlacht naar me, zoals alleen zij dat kan, meer om me te laten weten dat ze het begrepen heeft en me lief vindt, dan dat de inhoud haar nu zo erg boeit. Ik besef dat ik haar nooit in de steek mag laten. Als ik door er een paar uitzaaiingen bij te krijgen haar kon beschermen tegen alle pijn die bij het leven hoort, dan deed ik het. Maar ik kan dat nu net niet hebben, want ik moet in leven blijven omdat we samen een verbond van wolven hebben. Zij helpt me in de tuin bij het graven van kuilen en ik lees haar voor. Tijdens een wandeling door het bos kwam ik afgelopen week een heer tegen die zei "Hé, mijnheer Wolffers. Drie pilletjes per dag. Ik hou het al dertien jaar vol." "Ik negen," antwoordde ik en ik ga door, zo lang als het nodig is. Als ik het boek over de wolven uit heb, zegt Helena tegen me. "Wil jij eens met oma praten en uitleggen dat ik niet meer met prinsessen bezig ben. Je moet niet vertellen dat ik dat gezegd heb hoor, maar die prinsessen zijn voorbij. Ik ben nu hiphop." Terug |