Week 13-2012
Durven vallen, daar gaat het om in het leven. De benauwde angst die ons gevangen houdt in een fort van veiligheid verstikt. Soms ontmoet ik mensen die denken dat ze niet kunnen vliegen en daarom er voor de zekerheid maar van uitgaan dat ze rupsen zijn. Het voordeel van kanker is dat je nergens meer bang voor hoeft te zijn, want je hebt het al. Het enige dat nog rest is er het beste van te maken en dat geeft vleugels. Of vergis ik me?
Mijn kleindochter Helena van zes weet het al. Ze klimt tot bovenin het rek en moedigt haar bang uitgevallen vriendinnetje aan dat ook te doen. "Proberen is leren," zegt ze een paar keer, maar het haalt niets uit. "Ik heb mijn nieuwe laarzen aan," zegt het meisje. Later, als we langs het strand lopen, houdt ze ruim afstand van de zee die onze voeten uitdaagt.
Franse onderzoekers vertelden aan studenten dat leren nu eenmaal moeilijk is en dat je vaak fouten maakt. Ze deden het in tests beter dan de studenten aan wie dit niet verteld was. Het is een hele geruststelling dat fouten maken normaal is. Je lichaam maakt nu eenmaal ook fouten. Een paar keer kunnen die genen verkeerd worden overgeschreven en de cel is door mutatie veranderd. Voor je het door hebt lig je bij de uroloog op de onderzoekstafel. "U bent wat laat mijnheer. De prostaatkanker is al door het kapsel heen."
Is dat jammer, had ik beter op moeten letten, had ik meer of juist minder moeten masturberen, had ik rood vlees moeten laten staan, zou het beter geweest zijn als ik niet zo veel melk had gedronken, had ik me moeten laten besnijden? Ik doe maar een willekeurige greep uit de veelheid aan losse onderzoeken die allerlei verbanden met het ontstaan van prostaatkanker suggereren. Dat wordt dan leven op kousenvoeten, want je laarzen durf je nooit meer aan te trekken en je vleugels zijn geamputeerd.
Eén dezer dagen moet ik mijn bloed weer laten prikken en daardoor schiet wel eens de gedachte ´maar wat als?´ door mijn hoofd. Wat als? Nou dan was ik een heel ander mens geweest en had ik desalniettemin geen enkele garantie gehad dat de kanker me bespaar zou blijven. De afdeling waar ze daarover oordelen wordt niet gerund door mensen met medelijden, maar door een lottoballenmachine. Ik kijk naar de tuin en denk dan dat het leven erg mooi is. Alleen die kastanjeboom, die staat daar echt in de weg en Marion heeft me al een paar keer gevraagd of we die niet weg moeten halen. Er gaat een golf van lente-overmoed door me heen.
"Zal ik die boom even wegzagen?" vraag ik. Marion kijkt me verbaasd aan.
Een Duits spreekwoord zegt dat je pas een man bent als je een boek geschreven hebt, een zoon hebt en een boom hebt geplant. Ik denk dat superman iemand is die ook nog in zijn eentje een boom weg kan halen. Ik zoek de zaag op en begin veel te haastig onder aan de stam te zagen. Het zweet staat me al snel op het voorhoofd en het schiet maar niet op. Ik loop terug naar waar ik met Marion zat en zeg haar dat ik zo wel even verder zal gaan. Bezorgd loopt ze naar de boom en ik zie het haar ook proberen. Al heel snel is ze terug. "Dat gaat niet," zegt ze.
We voeren een klein toneelstukje op. Ik speel de man zonder kanker die nog even een boom omzaagt. Zij de bewonderende vrouw. Het zou toch vreselijk zijn als mijn zojuist ontdekte kwaliteiten als superman niets waard zouden zijn omdat zij die boom zo maar even om zou krijgen. Lief van haar dat ze het niet kan. Regelmatig ga ik terug naar de boom om weer een stukje te zagen tot hij uiteindelijk onder hevig gekraak naar beneden komt en in een andere boom blijft hangen. De hele middag ben ik nog bezig met die stomme kastanjeboom. Alles doet pijn, maar niet mijn ego.
´s Avonds als Marion verliefd naar me kijkt en ik weet dat de jager in me nu toe moet slaan voel ik de rugpijn die ik over heb gehouden aan mijn inspanningen. Au. Het is misschien maar goed dat ik geen goede student ben en steeds weer alles wil proberen, bereid ben telkens fouten te maken, maar wat voel ik me goed als we naast elkaar liggen en het zelfs lijkt of mijn rugpijn helemaal verdwenen is. Misschien kan ik zo ook de kanker in rook doen opgaan.




Terug