| Week 14-2012 Tussen vier moeders en één vader wacht ik tot de zwemles van Helena is afgelopen. Ik probeer hun gesprekken niet te horen, concentreer me op de krant van gisteren en lees de kleinste berichten. Zelfs het recept van de dag en een voorbespreking van een film uit 1998 die gisterenavond werd uitgezonden neem ik aandachtig door, want ik wil gevoelloos en zonder eigen gedachten deze periode overbruggen, de wachttijd zo kort mogelijk maken. Ineens hoor ik "Opa, opa, ik kan het niet geloven." Daar staat ze, drijfnat in haar nieuwe bikini. "Ik heb een gele ballon. Al bij de tweede les." Schaapachtig kijk in haar richting. Gele ballon? Wat wordt er van me verwacht? "Kom, kom," zegt ze. Omdat de kranten elke dag vol staan met berichten over rechtszaken tegen pedofielen stap ik niet zo maar een meisjeskleedkamer binnen. Ik twijfel, maar uiteindelijk sta ik op en loop schoorvoetend in de richting waar Helena verdwenen is. De deur staat open en ze wacht me op. Er zijn gelukkig maar twee andere kinderen en hun moeders aanwezig en die zijn al helemaal aangekleed. De gele ballon blijkt een bevordering te betekenen. Nog enkele ballonnen verder en ze mag afzwemmen. Ik wacht ook. Mijn bloed is ´s ochtends geprikt en na het weekend zal ik weten hoe hoog mijn PSA deze keer is. Met opzet ben ik niet een dag eerder naar het bloedafnamecentrum gegaan. Ik wil het nog niet weten. Maandag is het vroeg genoeg. Na negen jaar ging het in oktober mis. Met de geavanceerde apparatuur die tegenwoordig beschikbaar is werd een uitzaaiing in mijn linker heup gevonden, die met de beeldvorming van vijf jaar geleden onzichtbaar zou zijn gebleven. Mijn heup werd bestraald en acht weken later werd ik opnieuw gecontroleerd. De PSA bleek niet gedaald maar nog verder gestegen. Ik verzoende me al met mijn lot. Zwaardere behandeling, snellere veroudering, kortere route tot waar we uiteindelijk allemaal moeten zijn. Mijn uroloog zei echter dat we het nog acht weken een kans moesten geven. Gewoon nog even wachten. Weer wachten. Ik bestelde zes doosjes medicijnen, precies genoeg om die acht weken door te komen. Niet dat ik me verantwoordelijk moet gaan voelen voor de financiering van de Nederlandse gezondheidszorg, maar als na acht weken de prostaatkanker zo opdringerig zijn staart bleef roeren moest ik overgaan op andere therapie. Het zou dan zonde zijn als ik te veel in huis had gehaald. Had ik overmoedig juist veel meer tabletten aan moeten vragen? Als je er echt in gelooft dan gedraag je je niet als een kruidenier die bang is dat hij z´n oudbakken geworden spritskoeken niet meer kan verkopen. Maandagochtend belde ik op om naar de bloeduitslag te informeren. Als de PSA 3 of 4 is worden sommige mensen al nerveus en gaan ze voor een second opinion naar Lyon of Berlijn, maar ik ben het inmiddels wel gewend. "38,6," hoorde ik zeggen. "De vorige keer was het 37,6." Ben ik een reeks getallen? Nee en dat moet mijn uroloog ook gedacht hebben. "Niet significant verhoogd," zei hij. "Maar weer drie maanden doorgaan en dan zien we weer." Ja, zo kun je het ook zeggen - drie maanden doorgaan in plaats van drie maanden afwachten - en ik weet hoe belangrijk het is de juiste woorden te kiezen. Het leven is niet wachten tot het mis gaat, maar we moeten doorgaan. Was deze uitslag een gele of een rode ballon? Helena zou het wel weten. Ze had het me uitgelegd toen ik het haar vroeg. "Ik mag nu naar een lagere groep," had ze gezegd. "Lager? Hoger zal je bedoelen," zei ik. "Nee lager," hield ze vol. Het duurde even voor ik het door had. Ze mag naar een bad dat dieper is en waar de bodem dus lager zit. Het maakt niet uit welk woord je gebruikt. Ik ben naar een lagere groep gegaan omdat de PSA uitslag ook al is die iets hoger me zegt dat hij nog laag genoeg is om het de moeite waard te maken te wachten met een behandeling die ik nog niet wil. Met Helena´s gele ballon ga ik verder. Terug |