| Week 15-2012 Als er ook maar iets nieuws is over prostaatkanker, dan weet ik het onmiddellijk. De berichten zoemen vanzelf naar me toe. Vraag me niet hoe het mogelijk is. Tot voor kort had ik er geen idee van hoeveel mensen bezig zijn met onderzoek naar prostaatkanker, maar dat is nu wel anders. Het is onvoorstelbaar hoeveel mensen er hun brood mee moeten verdienen. Het is een wereldbusiness. Als je geld wilt investeren, doe dat in prostaatkanker. Laatst weer viel mijn oog op onderzoek waaruit blijkt dat besneden mannen een kleinere kans hebben om prostaatkanker te krijgen. Het bericht is vooral in het Midden Oosten met gejuich ontvangen. Dat laatste is geen grap. Dus denk niet “Oh, oh, die Wolffers probeert over de ruggen van een stel besneden Joodse en Islamitische mannen de lolbroek uit te hangen“. Nou ja, de vreugde zal niet lang duren als ze het onderzoek nauwkeurig lezen, want ach, wat scheelt het allemaal weinig. Ik hoef dus gelukkig niet na te gaan denken of het me beter was vergaan als ik op tijd besneden was. Met mijn Joodse familie was het heus niet onmogelijk geweest, maar in 1948 hadden ouders misschien geleerd dat het riskant kan zijn als je besneden bent. Ik wil bovendien niet zo veel nadenken over het verleden. Om eerlijk te zien lukt me dat ook lang niet altijd omdat ik gewoon alles wat me niet goed uitkwam heb vergeten. Mijn vrouw is wel eens verbaasd, hetgeen eigenlijk een eufemisme is voor geėrgerd. "Dat weet je toch nog wel", zegt ze. Hoe ik me ook inspan, met de beste wil van de wereld kan ik het niet naar boven halen. Het zijn gebeurtenissen die ergens stiekem heel diep op de bodem van mijn hersenen tussen stof, oude kanten en spinnenpoep zijn beland en die nooit meer teruggevonden willen worden. Waarschijnlijk is het maar beter ook. Er is goed nieuws voor me. Ik word namelijk in mijn koppigheid om te vergeten bevestigd door een onderzoek dat in het tijdschrift Universitas Psycholigica verscheen. Om eerlijk te zijn had ik daar nooit van gehoord (of was ik het al weer vergeten) maar nu komt het wel uit dat het blad bestaat en zulke belangrijke artikelen brengt. Het herkauwen van het verleden en eindeloos afgaan van alle mogelijke dingen die je anders in je leven had kunnen doen blijkt er niet alleen voor te zorgen dat je veel minder van het leven geniet, maar ook nog eens heel ongezond te zijn. Herkauwers voelen meer pijn, zijn vaker depressief en gespannen, hebben het vaker aan hun hart en zijn in een beroerdere conditie. Nu is het interessante dat mensen die met de toekomst bezig zijn dan wel niet ongezond zijn, maar ook minder gelukkig blijken. Want ook zij hebben geen tijd voor waar het allemaal om gaat, gewoon een beetje te leven. Je moet dus eigenlijk ergens tussen verleden en toekomst zitten en het toeval wil dat we ons daar ook altijd bevinden. Gemakkelijker kan het niet want het is altijd heden, maar heel wat mensen hebben moeite om in het hier en nu te blijven. Het lijkt zo gemakkelijk: gewoon je hoofd houden bij wat je lichaam aan het doen is, maar menigeen slaagt er niet in. Ze moeten daarvoor naar de meditatieklas en roepen de hulp in van een mindfulness deskundige, die hen tussen de Scylla en Charybdis van verleden en toekomst heen coacht. En ik? Ach, mijn oog wordt al weer getrokken naar een artikel over prostaatkanker. Ik wil het niet maar het gebeurt vanzelf. Er is een nieuwe manier op komst die de uroloog kan helpen het proces van de kanker te volgen. Professor Goluboff - de man heet echt zo, ik verzin nooit iets - heeft een radiotracer ontwikkeld die kan laten zien hoe de kanker zich in je lijf uitbreidt. Fijn. Maar weten we daardoor ook hoe we de kanker beter kunnen behandelen? Ik zal niet meer meemaken dat de radiotracer er bij mij wordt ingezet om mijn toekomst in beeld te brengen en ik denk dat ik daar ook wel blij mee ben. Futurologie heeft mijn interesse niet. Ik ben van plan om het helemaal te gaan maken in het hier en nu. Met de kleinkinderen in de auto naar Disneyland, dan naar de Mickey Mouse show en vervolgens als een kind de achtbaan in en er misselijk uitkomen, maar lachen bij elke bocht. Terug |