| Week 22-2012 Het voelde wat onwennig om die eerste keer bij Joc te logeren. We hadden hem ontmoet op Sumatra en waren bevriend geraakt. Hij was een paar jaar jonger dan wij. Toen we hem leerden kennen studeerde Joc nog, maar Marion en ik hadden al een gezin. Waar moest Joc ons echter anders uitnodigen? Zijn moeder was zeer belezen, bevriend met de grote Zwiterse filmmakers en bezocht trouw de vernissages van exposities in de omgeving. Haar kinderen waren artsen en directeuren van grote Zwitserse multinationals. Joc vertelde later dat ze ons enthousiast moderne zigeuners had genoemd. Of zijn vader even ingenomen was met ons bezoek weet ik niet. Hij was de huisarts van het bergdorp. Boven een interview in Vrij Nederland met mij uit die tijd stond īNederlandīs populairste huisartsī. Ik heb nooit begrepen waarom ze dat bedacht hadden en vermoedde dat ik helemaal niet voldeed aan het idee van een goede arts zoals Jocīs vader dat had. Bij het diner, de eerste avond, zaten Joc en zijn ouders op hun vaste plaatsen aan de kleine tafel en wij zaten daar tussen. We kenden elkaar niet en moesten proberen een beleefde conversatie op gang te houden. Jocīs vader vroeg wat ik precies deed, of ik een praktijk had, hoeveel patiënten. Ik was echter gestopt met praktiseren om te kunnen schrijven en reizen. "Wat schrijft u dan?" vroeg hij alsof ik iets volkomen onvoorstelbaars vertelde. Het is bovendien een vraag die je nooit aan een schrijver moet stellen, want uiteraard vindt die zichzelf in geen enkele categorie passen. Ik probeerde dan ook uit te leggen hoe ik in wereldliteratuur geplaatst moest worden. Een beetje tussen Paul O Freire die schreef over de alfabetisering als middel om aan onderdrukking te ontkomen en Illich omdat Medical Nemesis en de beschrijving van hoe we alleen maar zieker worden door gezondheidszorg wel een zeer juist inzicht verschaft in ons beroep en daar kon ik me goed in vinden. Zijn pijp viel bijna uit zijn mond van verbijstering. Met het zelfvertrouwen van een dertigjarige begon ik het uit te leggen, maar ik vond geen willig oor bij de 70 jarige huisarts die zijn leven lang klaar had gestaan om mensen met longontstekingen en skiongelukken bij te staan. Hij vatte mijn betoog bondig samen. "Ja, ja, wat vanzelf gekomen is zal vanzelf wel verdwijnen ook". De cynische ondertoon viel niet mis te verstaan en ik wist niet wat ik terug moest zeggen. Jocīs moeder bracht vaardig en snel het gesprek op een ander onderwerp. Zijn woorden zijn altijd blijven hangen en pas van de week besefte ik dat ik nu een antwoord kan geven dat ook Jocīs vader zou hebben overtuigd. De belangrijkste regel voor elke arts is nu eenmaal het īprimum non nocereī. Laten we beginnen de patiënt geen schade te berokkenen. Er was afgelopen week in de medische vakbladen veel interessants te lezen over overbehandeling. Op het gebied van prostaatkanker zorgde de beslissing in de Verenigde Staten om niet langer systematisch mannen te testen op hun PSA voor behoorlijk wat opwinding. De voordelen blijken namelijk niet op te wegen tegen de nadelen. Dr. Otis Brawley van de American Cancer Society verwoordde dat het duidelijkst: "Gedurende de laatste 20 jaar werden er meer dan een miljoen mannen nodeloos genezen van hun prostaatkanker." Die Otis moeten ze bij tv-series inhuren voor het schrijven van scherpe dialogen. Hij had er nog een die er mocht wezen. "Ik weet niet of PSA screening levens redt, maar wel dat je er veel luiers door verkoopt." Ik denk nog vaak aan de woorden van Jocīs vader. Die verhoogde PSA is bij mij vanzelf gekomen en nooit meer vanzelf uit mijn leven verdwenen, maar gaat het daar dan om? Tien jaar na mijn eerste PSA test ben ik nog steeds in leven. Zou ik al dood zijn als ik niet bestraald, gedrogeerd, gehifuīd zou zijn? Om niet te hoeven denken dat het allemaal onzin was, ben ik geneigd om aan te nemen dat ik al begraven zou zijn. Denkt niet iedereen op die manier? Uit onderzoek blijkt dat mannen die behandeld zijn nadat een verhoogde PSA is vastgesteld heilig geloven dat ze voor de poorten van de hel zijn weggesleept. Potentie kwijt, maar de uroloog nog altijd dankbaar. Jocīs vader praktiseerde echter in een tijd waarin de PSA screening helemaal niet bestond. Hij had het over iets anders en ik weet nu goed wat hij bedoelde. Vooral nu ik ouder wordt ontdek ik dat er steeds meer klachten zijn die niet meer vanzelf verdwijnen. Het is nog vervelender: ze worden steeds erger. Na een bepaalde leeftijd moet je er van uit gaan dat dingen alleen nog maar slechter kunnen gaan. Terug |