| Week 24-2012 Een week lang wandelde ik door Zuid Engeland en geen enkele keer dacht ik na over wat ik aan het einde van mijn pad zou vinden. De richting en aanwijzingen waren min of meer duidelijk. ´Public footpath´ , ´Little Dartmouth Farm´, ´Penalty for not clothing gate 50 pound´. Meer hadden we niet nodig. Leven zoals het ooit bedacht was. Onenigheid over de route was niet nodig, want linksom of rechtsom, het leek allemaal niet uit te maken. Kwam het door Engeland of omdat ik de hormonen die de discussie zouden kunnen inzetten ontbeer? Zou ik na zoveel jaar slikken van mijn medicijnen nog veel testosteron over hebben? Word ik langzaam maar zeker Marion´s vriendin? Ons logeeradres werkt niet mee zodat ik kan bewijzen dat ik heus nog wel mijn mannetje sta, want het is er nog al gehorig. In Agatha Christieland verblijven we in een pension waar de trappen kraken en we precies weten wanneer iemand het toilet doortrekt. Het is of we precies weten wie wat in het huis doet. Als we in The Cary´s Arms lunchen zie ik aan de wand een uitgeknipt artikel uit de plaatselijke krant dat aantoont dat de butler van Babbacombe het gedaan heeft, maar dat zijn levensgeschiedenis toch een onverwachte wending kreeg. Hij heet mijnheer Lee en werd tot de dood door ophanging veroordeeld omdat hij zijn bazin had vermoord, maar bij de drie pogingen om hem te hangen opende telkens weer het luik dat bij zulke gelegenheden onder zijn voeten behoort weg te vallen zich niet. Daarom zette men zijn straf om in levenslang en na 24 jaar kwam hij vrij. De plaatselijke journalist heeft uitgezocht wat er daarna met Mister Lee from Babbacombe gebeurd is en vond zijn graf in de Verenigde Staten. Daar heeft hij nog veertig jaar in betrekkelijke welstand geleefd. Zelfs al lijkt je lot onafwendbaar, dan kan het leven nog wonderlijk lang gerekt worden. Voordat ik vertrok zag ik dat het medicijn abiraterone bij prostaatkankerpatiënten die chemo hebben ondergaan nog vrij lang het bestaan rekt. ´Prostaatkanker bedwongen´ kopten de Engelstalige media daarom optimistisch. De liefde stellen Marion en ik uit tot we weer thuis zijn, waar niemand ons kan horen en waar we niet telkens worden opgeschrikt door de politieauto´s die met hoge snelheid uitrukken. Als we informeren wat er gebeurd is zegt de pensionhouder dat het bureau iets verder ligt, dat er nooit iets in Torquai gebeurt, maar dat de agenten wel graag met die auto´s rondrijden. Een pensiongast uit Londen zegt dat hij nog nooit vijf politieauto´s met gillende sirene heeft uit zien rukken en hij heeft ze niet eens goed geteld, want het waren er zeven. Stoïcijns vervolgen we onze wandeling. Marion geeft de voorkeur aan de steile paden en schuwt de omwegen niet. Trouw volg ik. Als ik de foto´s later bekijk zie ik dat ik haar gefotografeerd heb met waarschuwingen als SLOW of afbeeldingen van invalidenwagentjes op de weg, een wel erg indirecte manier om haar te laten weten dat het me af en toe te snel gaat omdat mijn versleten heup soms pijn doet. De laatste restjes hormoon heb ik nodig om nog enigszins te voldoen aan wat een vrouw van haar partner mag verwachten. Dat hij zijn sleutels niet kwijtraakt, dat hij niets vergeet, dat hij flink doorloopt, ook als het pad omhoog gaat. Ons gesprek gaat intussen steeds door, er is stof genoeg. We delen een lang verleden, schatten van kleinkinderen, de zorg voor ons huis en voorkeuren voor films en literatuur. Terwijl we over de kliffen wandelen vertelt Marion met smaak over de middag dat Helena en Katelijne bij ons logeerden en de neefjes en nichtjes op bezoek waren. We praten daar al voor de derde keer over en dragen elk details bij. Helena maakte met de jongens een hut van dekens en kussens, maar op een gegeven moment ontdekten we dat ze zich in haar eentje in onze bibliotheek had teruggetrokken. "Ze willen alleen maar de hut bouwen," zei ze boos. "Maar ze willen er niet in spelen. Als hij klaar is gaan ze iets anders doen." Ze heeft een grote ontdekking gedaan: jongens en meisjes willen niet het zelfde in het leven. Pas als de hormonen uitgewerkt zijn zal de discussie over wat we zullen gaan doen, welk pad we zullen nemen, waar we zullen lunchen verstommen. Moge het luik tot drie maal toe weigeren open te klappen zodat ik nog lang mag wandelen over paden die nergens toe leiden, al pratend met Marion en getuige zijn van de ontdekkingen van mijn kleindochters. Terug |