Week 26-2012
Voorin mijn dagboek ligt altijd het papiertje met daarop in het handschrift van een jonge man de vier Boeddhistische geloften. Strijden tegen je kwade neigingen. Jezelf tot het einde toe wijden aan studie. Jezelf naar vermogen vervolmaken. Hoe talrijk de schepselen ook zijn die dwalen in de uitgestrektheid van de drie werelden, werken aan hun redding. Ik heb altijd oprecht geprobeerd me aan die beloften te houden zonder dat ik me een Boeddhist zou willen noemen. Maar of ik door alle studie echt veel geleerd heb zou ik niet durven beweren. Wat dat betreft hadden de woorden van Paul Simon ook wel voor in mijn dagboek mogen liggen. "If something goes wrong I´m the first to admit it, but the last one to know."
Er komt daarom nooit een einde aan onze studie. Als je denkt het allemaal te weten is het zo´n beetje je tijd om het veld te ruimen voor mensen die nog wel willen leren. Dan is de verwondering, de verbazing, de nieuwsgierigheid en daarmee het enthousiasme verdwenen. De volgende stap is een mooie herdenkingsbijeenkomst waar je familie en vrienden samen zijn om afscheid te nemen van wie je ooit was en bent geworden door al dat studeren.
Ik ga niet beweren dat prostaatkanker op je pad komt omdat je nog iets moet leren. Nee, ik heb zelfs een beetje moeite met mensen die doen alsof je het moet omhelzen, maar het gaat ook wat ver om alles wat erbij komt kijken te negeren alsof je onsterfelijk bent en de kans te missen om te leren wat je nog niet van jezelf wist.
Voor mij was de grootste prostaatkankerles de behandeling met de medicijnen die mijn mannelijke hormonen onderdrukten. Daardoor veranderde ik op slag in een man zonder geslachtskenmerken. Een aantal dingen vielen mezelf op, maar er waren ook dingen die Marion vooral opmerkte. Het verlies van de lust was een grote schok. Natuurlijk wist ik dat het zou komen - het stond in de bijsluiter -, maar ik werd verrast hoe het mijn totale persoonlijkheid veranderde. Marion voelde zich afgewezen en vroeg zich af of al mijn enthousiasme voor haar in het leven ervoor uitsluitend veroorzaakt werd door mijn hormonen en dat het niets met mij of haar had te maken.
Ik moet bekennen dat ik in mijn gekwetste mannentrots te vaak wat lacherig deed. Ik schreef in mijn weekboek en vertelde tijdens lezingen met de moed der wanhoop dat het een hoop gedoe scheelde. Geen rusteloze koorts meer, de wedijver met de andere mannetjesdieren, geen gezweet en na afloop gedoe met doekjes. Gewoon rustig met je boek op schoot onder de leeslamp. In werkelijkheid was het onaangenaam omdat ik voordien een ander was geweest en niet goed wist wat ik de rest van mijn leven moest doen. Het verlangen om wat langer te leven beïnvloedde mijn beslissingen en benevelde mijn hersenen waardoor ik er niet aan toe kwam te denken aan iets anders. Ik begreep dat ik als ´man´ een volwaardig partner voor mijn geliefde moest blijven en probeerde het wel, maar ik faalde hevig.
Ik had me voorgenomen om minstens eens per week mijn mannelijke plicht te doen, maar schoot ernstig tekort. Ergerde me zelfs als Marion toenadering tot me zocht. Taak en plicht gaan ook niet samen met liefde. De adviezen die ik kreeg volgde ik braaf op. Een pornofilm bekijken? Maar ook daarbij speelde het gemis aan hormonen een rol, want het deed me bij verre niet zoveel als toen ik een jonge vent was. Puistjes op billen, scheerwondjes op plekken waar normaal haar zit en vreemde geluiden vielen me teveel op om voor opwinding te zorgen. Mijn mannelijk orgaan leek in de tijd van de behandeling ook kleiner te worden of verbeelde ik me dat? Wat was het een genoegen toen de prikken niet meer hoefden.
Pas van de week toen we weer eens over die tijd spraken begreep ik het. Waarschijnlijk was ik teveel bezig met de vierde Boeddhistische gelofte: het werken aan de redding van anderen. Ze uitleggen wat er allemaal gebeurt als je voor prostaatkanker behandeld wordt, maar ik onthield mijn lezers - maar vooral mijn geliefde - het belangrijkste en bleef blind . Ik ben nu pas zo ver om toe te geven hoe oneerlijk dat was.




Terug