| Week 29-2012 Twaalf was ik en sloop op mijn buik over de grond rond de flat waar we cowboytje speelden. Ik kende elke struik, wist precies in welke bomen ik kon klimmen omdat de onderste takken niet te hoog zaten en werd meestal pas als allerlaatste gevonden. De route door de kelders en de verblijfplek in het stookhok kende ik als geen ander. Elke hoek van het terrein rondom en in het flatgebouw kende ik en elke keer dat we er speelden werd ik beter. Zo werd ik de trotse jager die zich veilig door de wereld weet te bewegen, meester over de details. Man. Mannelijke trots, hoeveel vrouwen begrijpen iets van onze vaak onhandige maar erg noodzakelijke eigenschappen, het systematische om overzicht te houden en niet verrast te worden door de details die er niet toe doen? Onze hormonale hufterigheid en autistische neigingen als het om gevoelens gaat waar vrouwen alles van begrijpen, maar die voor mannen door hun trots en angst voor emoties ontoegankelijk zijn, horen daar nu eenmaal bij. De mannelijke sensitiviteit zit vooral in het besef van ruimte en tijd. Het belangrijkste instrument is het herkennen van een mededinger, een potentiėle vijand. Vrouwen mopperend dan wel op hun autistische partners, maar vallen wel voor dat hormonale mannetjesgedrag. Zie ze maar lachen naar de praatjesmakers met de snelle grappen. Kijk toch hoe ze de platte buiken en biceps bewonderen. Ja, als ze eenmaal met die kerels moeten leven, dan wordt het anders voor ze. Bij het samen doen van de afwas en het verzorgen van de kinderen is de mannelijke trots vreselijk hinderlijk. In de afgelopen tien jaar heeft Marion me twee keer discreet gezegd dat als ik zo“n last heb van de beschadiging van mijn blaas die door de behandeling van mijn kanker veroorzaakt is er “toch speciale luiers“ zijn. Een krijger op zijn buik op de grond en een luier, dat gaat niet samen. Ik wil er niets over horen. Pas als ik hulpeloos in bed lig te wachten op de troost van de dood en niets meer zelf kan mag de luier verschijnen, want ik wil niet dat de matras doorweekt raakt van mijn urine en het bezoek gaat zeggen dat het toch mensonwaardig is dat in mijn eigen plas te moet liggen. Hoe de luierproducent echter weet dat ik tot de doelgroep van trotse mannen die door prostaatkanker zijn getroffen behoor is me onduidelijk, maar in de reclamestrook van mijn Faceboekpagina zie ik een foto van een grijze man met een pittige blik in de ogen en daarbij de tekst: "TENA Men is discreet. En bestellen en bezorgen ook. Nu in de webshop geen verzendkosten." Ik wil verdorie helemaal geen mannenluiers, ook niet als het gratis in een geheimzinnig pakket zonder afzender bij me wordt bezorgd. Alsof de postbode het niet onmiddellijk snapt als hij met een grote doos die opvallend licht is mijn tuinpad oploopt. Laat me uitleggen wat een man allemaal moet doen om er als een kerel mee om te gaan, want na al die jaren ben ik een specialist. Ik ben eerst begonnen met trainen van de spieren die zorgen dat je het nog even op kunt houden. Als je “s morgens wakker wordt omdat je nodig moet toch even blijven liggen en de plas ophouden. Als je dertig bent doe je push ups, maar rond je zestigste werk je aan je bekkenbodemspieren. Altijd voor de zekerheid voor je vertrekt naar het toilet en als er ergens een gelegenheid is daar ook gebruik van maken. Verder is het vooral de kennis van je territorium die je op de been houdt. In je hoofd dien je een kaart te maken van veilige gebieden waar je naartoe kunt. Dat zijn bossen, gebieden waar geen mensen wonen, de binnenstad van Amsterdam vanwege de vele urinoirs. Maar ook hotels. Niet bij de kleinere naar binnen gaan, want daar weten ze precies wie er logeert. Juist bij de grotere hebben ze er geen idee van of je er echt verblijft. Ga naar de receptie en vraag "Heeft u hier beneden ook een WC?" en je hebt het weer gered. Onderweg in moeilijke situaties, als je het echt niet meer redt, moet je de auto ergens parkeren en voordeur en achterdeur beide openzetten, iets van de voorbank pakken en doen of je het nog even leest ter voorbereiding van een vergadering terwijl je tussen de deuren rustig leegloopt. Niemand die het doorheeft. Het werkt uitstekend. Al die oefening op je elfde, twaalfde jaar komt van pas als je een mentale kaart hebt gemaakt van de gebieden waar je niets kunt en wat dan je volgende toevlucht kan zijn. Mocht het een enkele keer mis gaan, dan moet je vooral koel reageren een gezicht trekken of er niets aan de hand is. Op donkere broeken ziet niemand de vlek. Lichte broeken moet je liever vermijden. Trek je overhemd uit de broek en hang het er overheen zodat het de vlek afdekt. Wij trotse jagers kennen het landschap en gaan er vindingrijk als Winnetou of James Bond mee om, zijn op alles voorbereid en weten te anticiperen op wat er gebeurt. TENA Men hebben we helemaal niet nodig. We zijn dan ook mannen en geen men. Terug |