| Week 36-2012 Ik had het allemaal goed gepland. Omdat ik niet wil leven op geleide van PSA uitslagen kwam een nieuwe test in juni me gewoon niet goed uit. Ik had in die maand een korte vakantie en geen behoefte aan PSAgedoe. In juli was het ook erg onhandig omdat mijn uroloog op vakantie zou zijn en Marion en ik daarop aansluitend naar de Verenigde Staten gingen. In augustus moest mijn bloed dan maar weer eens geprikt worden, maar niet voor Marion´s zestigste verjaardag, want als de uitkomst onaangenaam zou zijn, dan zou dat de feestvreugde kunnen bederven. Daarom ging ik op de dag dat ze zestig werd tussen het taarten kopen en het versieren van het huis even snel weg om bloed af te laten nemen. De uitslag zou dan wel na de verjaardag komen. Voor prostaatkankerveteranen - zoals ik zelf inmiddels er ook een ben - schrijf ik maar even de nummertjes: 55. Maar wat is een getal als je je goed voelt? Alleen was het wel hoog en toen de uroloog het nog een keer opnieuw liet onderzoek was het 64. Vijf maanden waren er voorbij gegaan sinds de vorige controle en in de bijna tien jaar dat ik officieel tot de kankerpatiënten behoor had ik nog nooit zo lang met een controle gewacht. De PSA was wel eens hoger geweest, maar nooit zo lang en zo consequent blijven stijgen. Ik wilde dit jaar even niets van PSA weten en had zelfs een tijdje helemaal vergeten dat ik mijn medicijnen in moest nemen, zo druk was ik bezig geweest met het leven. De dood was ik daardoor even vergeten, maar - een grote troost - die herinnert zich mij nog wel. Het lijkt er sterk op dat mijn medicijnen niet meer werken en dat er dus iets anders moet gaan gebeuren. Dagelijks drie pilletjes die geen effect meer hebben slikken heeft geen zin, maar de buikprik staat me enorm tegen. Een jaar lang heb ik de effecten daarvan ondervonden en ik was als een kind zo blij toen ik ermee kon stoppen. De verandering ten opzichte van de man die ik voor de behandeling was geweest was te groot om te accepteren. De PSA mocht er dan wel door omlaag gaan, maar geestelijk ging ik achteruit. Het was al nooit gemakkelijk geweest met mezelf te leven, maar iemand aan wie ik zelfs nooit was voorgesteld in mijn lichaam, dat was te veel van het goede. Mijn uroloog is het met me eens dat we geen bloeduitslagen moeten behandelen, maar hij wil natuurlijk wel weten hoe het precies met de uitzaaiingen staat. Die moesten er - gezien mijn bloedwaarden - al een tijd zijn, maar ze zijn zo klein dat ze zich niet laten betrappen: een soort vijfde kolonne in mijn lijf die zijn kans afwacht en van plan is om stiekem in de nacht de hele boel over te nemen. Vorig jaar in oktober had zich er eentje bloot gegeven. Die is gebombardeerd met een afgrijselijke hoeveelheid radioactiviteit, maar het zorgde niet voor een daling van de prostaatkankerpolitiebloedwaarden en wachten op een wonder is daarom geen optie meer. Mijn leven is een enorm feest en ik wil er wel zelf zo lang het leuk blijft bij zijn. Gisteren werd het nieuwe boek van de liefde van mijn leven gepresenteerd. Ze straalde met elke lach die ze in huis heeft en ik wist absoluut niet dat er ook maar iets bestaat dat prostaatkanker heet. Bij het prikken van de datum voor de scan maakte ik me meer zorgen over de verplichtingen en plezierigheden die ik de komende tijd heb dan over de snelheid waarmee vastgesteld moet worden hoe laat het feestje voorbij is. Mijn leven gaat voor vind ik. Ik ben overigens nog lang niet dood, maar realiseer me wel dat ik misschien niet zoveel tijd meer over heb voor de duizend dingen die nog moeten gebeuren. Mijn fotoboek over Marion moet nog afgemaakt worden. Er ligt een manuscript bij de uitgever waarin ik uitleg hoe je tien jaar aan je leven toe kunt voegen. Het is beter dat ik niet heenga voordat het boek verschenen is, want niemand koopt een boek over lang leven als de auteur daar zelf niet eens in slaagt. Vervolgens wil ik graag nog iets heel moois schrijven, over liefde en dood, over de breekbaarheid van mensen, over de schoonheid van de levensreis, over de strijd tussen glimlach en pijnscheut. Terug |