Week 37-2012
Mijn zwager is vier maanden ouder dan ik en getrouwd met de zus van mijn vrouw. Wij hebben 41 jaar lang het zelfde Indische eten bij onze schoonouders gehad en weten zelf intussen ook niet meer of we nu echte of aangetrouwde familie van elkaar zijn. Hij was altijd jong, druk en vitaal, maar tijdens een korte vakantie in juni zag ik hem bij de poging een heuvel op te lopen in elkaar krimpen en naar zijn borst grijpen. Hoewel ik sinds 1977 geen patiënt meer gezien heb, zag dit er zo klassiek uit dat ik geen moment twijfelde. Gelukkig verdwenen de klachten, maar ik drukte hem op het hart vooral snel naar een cardioloog te gaan.
Op de uitdraai van de ecg zag de cardioloog niets bijzonders, maar hij maakte voor de zekerheid nog een afspraak voor een ecg bij inspanning voor veertien weken later. "Zo lang wachten?" vroeg ik verbaasd. Gelukkig was er gedurende de vakantieperiode ineens een gaatje vrij en kon hij sneller bekeken worden. Er was toch wel "iets", maar dat moesten nader bekeken worden via katheterisatie.
Bij elk bezoek werd het verhaal erger. Het was een soort thriller geworden waarbij je gezond het ziekenhuis binnenloopt en er steeds meer aan de hand blijkt te zijn. Het resulteerde uiteindelijk in een operatie waarbij er drie bypasses en twee omleidingen moesten worden gemaakt. Zelfs dat bleek nog niet genoeg voor de auteur van dit horrorscipt, want na de operatie bleef hij bloed verliezen en moest er een tweede keer geopereerd worden. Achter het hart werd een lekkend bloedvat gevonden en het duurde nog een hele nacht voor ze zeker wisten dat er niet nog een derde ingreep noodzakelijk was.
Toen ik hem bezocht lag hij in bed en was zich niets bewust van wat er allemaal precies was gebeurd sinds hij de operatiekamer was ingereden. Er was gewoon een dag uit zijn leven verdwenen.
Wij kunnen niet zoveel dagen uit ons leven missen. Het is te kort om er slordig mee om te gaan en mensen zijn bovendien zo ongelooflijk kwetsbaar. Ze kunnen zo maar verdwenen zijn.
Alles raast om ons heen. Dit moet en dat moet en ik denk zelf ook nog te vaak dat alles wat ik doe belangrijk is. Is het echt zo zinvol dat ik elke week een stukje schrijf? Zal ik het een keer overslaan? Dat moet ik toch maar niet doen, want volgende week zal ik er precies 500 hebben geschreven. Dat kan ik maar niet zo maar afbreken. Een serie van 500 keer 800 woorden om het beest dat de dood is te beteugelen. 400.000 woorden geschreven om wat het leven mooi en de moeite waard maakt aan elkaar te rijgen. En na die 500 stukjes? Dan denk ik dat ik nog een paar honderd van die blogjes moet schrijven.
Zoals altijd ben ik veel te vroeg uit bed geslopen om te werken, maar na een tijdje hoor ik Marion vanuit de slaapkamer roepen.
"Heb je zin in een kopje espresso?" roep ik terug.
Met het kopje ren ik naar boven en zie hoe ze zich uitrekt als ze me ziet naderen. Ik ga naast haar op de rand van het bed zitten. "Wat gaat het toch allemaal snel," zegt ze. "Je komt van het een in het ander en we hebben nergens meer tijd voor." Zou er een nostalgisch virus dat weltschmerz veroorzaakt over tijdverlies en te korte levens in ons huis rondwaren?
Er is geen tijd te verliezen. Ik omhels haar en proef de smaak van Braziliaanse bonen op haar zachte lippen. Koffie heeft nog nooit zo goed gesmaakt. Nog even worden we door de telefoon gestoord. "Kunt u over een half uur weer bellen?" Daarna geven we ons over om de tijd te temmen en daarmee de dood de deur te wijzen. Als we later naast elkaar liggen en niets anders meer willen dan dit moment zo lang mogelijk rekken weet ik weer waarom we leven.
Het halve uur zal wel voorbij zijn, want de telefoon gaat opnieuw. Ik kleed me aan en regel alles voor de scan die ik moet ondergaan. Ze moeten mijn lengte en gewicht weten. En wat als ik die scan heb gedaan en weet waar de uitzaaiingen zitten en groot ze zijn? Moet ik dan tijd winnen en die buikprik nemen om de PSA het zwijgen op te leggen of juist tijd rekken en iets gaan experimenteren met medicijnen om te voorkomen dat de buikprik mijn seksuele leven op een laag pitje zet en we elkaar misschien nooit meer als jonge goden in bed verrassen?
Als ik later die dag bij mijn zwager op bezoek ga in het ziekenhuis en zijn grote operatielitteken op zijn borst bewonder, denk ik tot mijn verbazing: zoiets zou ik ook wel willen, een heftige riskante operatie om daarna gezond verder te gaan in plaats van zeker te weten dat je de greep op de tijd uiteindelijk verliest en je geliefde in dat grote bed in de steek moet laten.




Terug