| Week 40-2012 Midden in de nacht word ik wakker uit een nachtmerrie. We zijn op reis met de auto. Ik zit achter het stuur, Marion zit naast me en onze oude moeders - 83 en 92 jaar - zitten achterin. We rijden door een stad met een imperiale uitstraling, hoofdstad van een voormalig keizerrijk. Het moet Londen of Parijs zijn. De schemering is ingetreden en de straatlantaarns branden. Het regent, het stormt en niemand waagt zich op straat. Het zicht is slecht, maar ik ken de weg tussen de statige gebouwen door goed. We zijn op zoek naar een boerderij bij een klein beekje, een vreemde plaats midden in zo´n wereldstad. Marion praat met de moeders. Het klinkt alsof ze achter glas zitten. Ik hoor Marion zeggen "Nou als ik straks thuis kom en dat aan Stefan vertel…" Met een schok realiseer ik me dat ze niet meer met mij leeft, maar met iemand die alleen de laatste lettergreep van zijn voornaam met me deelt. Marion babbelt ook nooit op die manier. Dat beangstigt me. Ik rem en zet de auto aan de kant van de weg. De dames babbelen ongehinderd door alsof ze er niets van merken en ik niet meer bij ze in de auto zit. Ik zeg "Wanneer kan ik verder rijden, wanneer kan ik weer verder rijden?" Steeds harder, totdat ik schreeuwend wakker word, maar Marion merkt er niets van. Aan de stem van mijn uroloog kan ik een paar uur later horen dat hij geen vrolijk nieuws voor me heeft. Hij staat op mijn voicemail en ik baal ervan dat ik hem heb gemist. Hij zou nog bellen met de details over de scan, over de bestraling en daarna kan ik dan misschien een afspraak regelen met de orthopedie om mijn versleten heup te laten vervangen. Als ik hem later spreek zegt hij: "Het is toch wel wat meer dan alleen een paar plekjes op de ribben. Ik zie ook wat oplichten op de wervels en in je heup is het ook niet rustig. Je hebt me wel gemaild dat we het via de mail of per telefoon afkunnen, dat je wel tegen een stootje kan, maar ik zou dit toch graag even persoonlijk met je willen bespreken." We maken een afspraak voor de dag daarna. Het idee dat ik met mijn kleindochters speel en er breekt ineens zo maar een bot door een uitzaaiing van mijn prostaatkanker, raak ik die dag niet gemakkelijk kwijt. Of stel je voor, Marion en ik vrijen, en halverwege moet er een ambulance komen vanwege een ribfractuur. Samen bekijken we die avond een slechte film die ik ooit eens opgenomen had en gaan vroeg naar bed. Ik slaap snel in en word pas de volgende ochtend vroeg wakker. Zij heeft echter niet geslapen en vertelt dat ik in mijn slaap huilde. "Daar weet ik niets van," zeg ik. In een kamer van de polikliniek bekijken we met zijn drieën de verschillende opnamen die de scanmachine heeft gemaakt en ja, op meerdere plaatsen zijn er gele lampjes ontstoken. Daar zit een familie prostaatkankercellen gezellig rond het vuur bij elkaar, als groepen nomaden die zijn neergestreken in mijn duistere lichaam. "Het licht op sommige plaatsen nog maar een beetje op," zegt mijn uroloog, "maar toch is het beeld te onrustig om nog te gaan bestralen. Het is gewoon te veel en er is geen beginnen meer aan. En die heup… De pijn die je daar hebt kan wel eens niet door de slijtage komen. Hier kun je geen operaties meer doen. Dat durft geen chirurg aan." "Dus ik moet aan de buikprik?" vraag ik. Hij weet dat ik een hekel heb aan de bijwerkingen van dat medicijn. In 2003 kreeg ik het al eens en heb het toen een jaar lang gebruikt. Ik werd een ander, iemand die ik niet wilde zijn. Marion herinnert zich de andere man die ik werd nog en vindt mij veel liever. Gelukkig, maar nu is dat wel onhandig. Want hoeveel keus heb ik nog tussen enerzijds mezelf blijven en bang zijn dat ik iets breek als mijn kleindochters ´s morgens vroeg bij ons komen en boven op me springen of anderzijds een andere man die niemand bij ons thuis echt leuk vindt? Een vreemdeling op de bank. Sneller emotioneel, depressief, energieloos en gevoelloos voor erotiek. Laten we spelen dat we roofdieren zijn. Ik draai om je heen en grom naar je. Jij ontwijkt me, daagt me uit. Ik doe een poging, zorgvuldig je gevaarlijke klauwen ontwijkend, en kom dichterbij. Je begint te spinnen en we weten al snel niet meer of we vechten of dat we onze lichamen offeren op de tabernakel van het leven. Op dat moment te sterven is niet erg. Ik ben benieuwd wanneer ik opgebeld word door een wijkverpleegkundige die me de prik komt brengen. Laat maar komen. Ik kan het allemaal ook heus wel zonder die hormonen. Terug |