Week 43-2012
De kankerheld? Dat is iemand die een explosie van ontregelde cellen in zijn donder heeft die hem dichter bij de dood brengt, maar er niemand iets over vertelt. Voor hij heengaat wil hij nog van alles goed afronden. Af en toe lekt er een beetje bloed uit een lichaamsopening waar dat niet hoort en hij rent de marathon om te bewijzen dat het leven door moet gaan. Kom op dwaze kankerlijer, daag het lot uit en doe of je sterker bent dan de dood. Het is een gevecht dat niet te winnen is, maar we willen zo graag geloven dat het toch kan. Zie hier een korte samenvatting van de zeer vermakelijke Nederlandse speelfilm De Marathon. Het is om te lachen en te huilen. Daarom is het voer voor psychologen en cultureel antropologen die geïnteresseerd zijn in wat er in ons onbewuste leeft en wat de angsten zijn van de kankerlozen gefundenes Fressen.
De tragische held van de film redt het echter net niet, zakt driehonderd meter voor de finishlijn in elkaar en gaat vervolgens tot verrassing van vrienden, vrouwen en kind veel te vroeg dood. Het is toch altijd veel te vroeg. De kankerheld wordt postuum geëerd. De kameraden in het leven op aarde begrijpen nu pas zijn zwijgend lijden, noemen hem een ´kanjer´ en vervoeren zijn stoffelijk overschot nog even over die eindstreep. Zo ontwapenen ze die gluiperd, die het op iedereen gemunt heeft en onverwacht toe kan slaan.
Vroeger geloofden we in een hemel waar ons nog een bonusleven zou wachten. Het was wel jammer dat we het einde van ons leven hadden bereikt, maar gelukkig had zelfs de dood nog enig perspectief. Leven na de dood creëren we nu door voor we sterven iets te doen waar mensen nog lang aan blijven denken. De Alpe d´ Huez op fietsen of de Marathon van Rotterdam lopen. Op die manier verleggen we de grenzen van het leven voor een korte tijd. We zijn dan pas verdwenen als er niemand meer is die zich onze enorme prestaties nog kan herinneren. Bigger than life. Ach, maar zo groot zijn wij kleine mensen helemaal niet en in een samenleving met elke dag sensationeel nieuws zijn we snel vergeten.
Van de kankerlijers wordt een bepaald gedrag verwacht. Willen we aan die verwachtingen voldoen? Willen we doen of er niets aan de hand is alleen maar omdat het prettig voor de feestgangers is? Misschien dat daarom de held in de film er ook niets over vertelt. Dan kunnen de gezonde idioten nog lang en gezellig tijdens het tuinfeestje praten over niets en liegen over alles. In hun onschuld en na het lezen van teveel boodschappen over roze lintjes en over de matadoren van Alpe D´Huez en de marathons vinden veel gezonden zelfs dat wie uiteindelijk aan kanker dood gaat een slappeling is die er niet genoeg voor heeft gevochten. Kun je het mensen die niet van de koningin maar van zichzelf een lintje hebben gekregen iets kwalijk nemen?
Het aardige van de Nederlandse kankercultuur is wel weer dat lotgenoten je overladen met een stroom warme solidariteit. Die interpreteren niet alles van het ouder worden en de stress in je leven doordat anderen moeite met het begrip kanker hebben als verschijnselen van een ziekte. Die willen je helpen, reddingsvesten naar je gooien en ze bieden strohalmen aan. Sinds ik geschreven heb over uitzaaiingen en zwaardere behandeling word ik overstelpt met adviezen. Ik moet sirsak - de Indonesische vrucht - gaan eten en liefst thee van de bladeren gaan drinken. Iemand mailt me dat ik gedroogde abrikozenpitten kan vermalen en met wat water opdrinken. "Wel bitter," voegt hij eraan toe. "Kurkuma maar beter nog is saffraan," zegt de mevrouw van de toko waar we onze Indische producten kopen spontaan en ze belooft dat haar Iraanse vriend als hij volgende keer in Teheran is de beste saffraan van de wereld mee zal brengen.
Geloof ik dat ik er een dag langer door leef? Nee, maar ik heb wel gedroogde abrikozenpitten besteld en de blaadjes van da guanabana, zoals de sirsak ook wel genoemd wordt, liggen al ergens klaar. Niet voor alle zekerheid, maar omdat dit manieren zijn om met mensen iets van liefde te delen. Elkaar adviseren hoe je door het leven komt en hun goede raad opvolgen als je weet dat het niet schadelijk is, omdat het er in ons leven gaat om wat mensen samen doen, wat ze elkaar kunnen geven, wat je durft aan te nemen, of het nu samen hard lopen is of met vertrokken gezicht die abrikozenpitten doorslikken. Geven en aanvaarden zo lang het nog kan, de grote communie van degenen die het zonder god moeten doen. Sirsak en saffraan in plaats van brood en wijn.




Terug